a. Lokale heffingen
Bladel kent de onroerende zaakbelastingen als heffing die aan de algemene middelen worden toegevoegd. Hoewel we de toeristenbelasting ook als algemeen dekkingsmiddel beschouwen is deze opbrengst (op grond van het BBV) echter verantwoord onder programma Economie.
Voor een nadere toelichting verwijzen we naar de paragraaf lokale heffingen.
- Onroerende zaakbelastingen
Voor de OZB zijn de tarieven in eerste aanleg verlaagd om de waardeontwikkeling te compenseren. Stijgt de waarde van de onroerende zaak, dan daalt in de regel het tarief, daalt de waarde van de onroerende zaak, dan stijgt het tarief. Alleen op deze wijze is het mogelijk om gemeentebreed de baten gelijk te houden. Daarna worden de OZB-tarieven enerzijds verhoogd met een trendmatige aanpassing van 3,10% en anderzijds met een boven trendmatige verhoging van 4,90%. Pro saldo stijgen de OZB-tarieven dan met 8,00%. De hoogte van de OZB wordt afgeleid van de WOZ-waarde (een promillage). Dit percentage is, afhankelijk van eigenaar/gebruiker niet-woning en eigenaar woning, bepalend voor de hoogte van elke individuele aanslag OZB. Jaarlijks houden we ook rekening met de autonome groei van de opbrengsten als gevolg van ver- en nieuwbouw van woningen en bedrijfsruimten. De lasten voor heffing en invordering hebben betrekking op toerekening van ambtelijke kosten, alsmede taxatiekosten voor de uitvoering van de Wet waardering Onroerende Zaken (WOZ).
b. Uitkeringen gemeentefonds
Het gemeentefonds is specifiek opgedeeld in een algemene uitkering en enkele doel- en integratie-uitkeringen. Voor deze uitkeringen geldt dat de gemeente vrij is ze in te zetten.
- Algemene uitkering
De algemene uitkering uit het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeente. De algemene uitkering wordt door het Rijk op grond van diverse verdeelsleutels (maatstaven) toegerekend aan de gemeente(n). De uit te keren bedragen worden in diverse circulaires bekendgemaakt. De algemene uitkering is doorgerekend op basis van de bijgestelde uitgangspunten met betrekking tot woningbouw, inwonersaantallen, uitkeringsgerechtigden enz. Hierbij zijn de financiële effecten tot en met de meicirculaire 2023 meegenomen.
De financiële effecten van de septembercirculaire 2023 zullen wij t.z.t. via een raadsvoorstel met een voorstel tot wijziging van de begroting ter kennis brengen van uw raad, zodat u de financiële effecten daarvan alsnog kunt betrekken bij de besluitvorming over deze begroting.
Het Rijk wil samen met medeoverheden werken aan een nieuwe stabiele financieringssystematiek voor gemeenten vanaf 2027. Er zullen bouwstenen in kaart gebracht worden voor een nieuwe financieringssystematiek, waarbij ook de uitbreiding van het lokale belastinggebied bespreekbaar is. In de Algemene Ledenvergadering van de VNG op 14 juni 2023 is een resolutie nagenoeg unaniem aangenomen om er bij het (demissionaire) kabinet o.a. op aan te dringen om de balans tussen taken en middelen te herstellen. Wij hopen dat in de komende septembercirculaire 2023 hierover al meer duidelijkheid ontstaat over de financiële ruimte vanaf het jaar 2026 en verder. Gemeenten zijn immers niet in staat om een meerjarige bijdrage te leveren aan de geïnitieerde maatschappelijke opgaven, als gemeenten daar financieel niet voldoende voor gecompenseerd worden. Er moet dus nog een oplossing komen voor de bredere financiële problematiek voor het jaar 2026 en verder.
c. Dividend
De gemeente ontvangt dividend over haar kapitaalinbreng in de NV Bank voor Nederlandse Gemeenten (BNG) en Brabant Water NV. Aan de hand van de laatste jaarcijfers van deze instanties kan de navolgende raming voor 2023 worden opgemaakt.
|
|
aantal aandelen |
waarde |
rendement |
opbrengst |
|
NV Bank voor Nederlandse Gemeenten
|
62.790 |
€ 156.975 |
81,0% |
€ 169.000 |
| Brabant Water NV |
17.706 |
€ 1.771 |
0,0% |
€ 0 |
d. Financiering
Het saldo van de financieringsfunctie is een correctie van de berekende rentelasten op de beleidsvelden ten opzichte van de omslagrente. De doorbelasting van rentelasten geschiedt, op basis van de gewijzigde BBV voorschriften, tegen het gemiddelde afgeronde rente-omslagpercentage van 0,800% (2023: 0,500%). Voor een specificatie wordt verwezen naar de paragraaf Financiering.
e. Overige algemene dekkingsmiddelen
We berekenen geen bespaarde rente over het eigen vermogen. Voor de dekkingsreserve kapitaallasten investeringen maken we hiervoor een uitzondering, omdat naast de afschrijvingslast ook de rentelast van het betreffende activum verrekend wordt met de reserve. Het percentage van de rentetoerekening aan deze reserve (lasten) moet gebaseerd zijn op het gemiddelde rentepercentage van het vreemd vermogen. De bespaarde rente is hierop aangepast. In 2024 wordt € 78.000,- toegevoegd aan de dekkingsreserve kapitaallasten investeringen.
f. Vennootschapsbelasting
Sinds 1 januari 2016 moeten overheidsondernemingen die economische activiteiten verrichten belasting betalen over hun (fiscale) winst. Uitgangspunt van de wet is dat ieder overheidslichaam vennootschapsbelastingplichtig (Vpb) is, indien er een duurzame organisatie van arbeid en kapitaal is, die deelneemt aan het economische verkeer en winst beoogt, of waarbij winst redelijkerwijs te verwachten valt.
Jaarlijks beoordelen we of de gemeentelijke activiteiten voldoen aan de hiervoor genoemde uitgangspunten. Per activiteit beoordelen we of met de uitoefening van de betreffende activiteit een onderneming in fiscaalrechtelijke zin wordt gedreven. De meeste activiteiten komen niet door de zgn. “ondernemerspoort”. Dit komt omdat deze activiteiten geen winst genereren of doordat in fiscale zin de gemeente niet deelneemt aan het economische verkeer. Voor een drietal geclusterde werkvelden wordt in principe door de ondernemerspoort gegaan, te weten: grondexploitaties, inzameling van huishoudelijke afvalstromen en woningexploitaties.
g. Onvoorziene uitgaven en stelposten
Voor de dekking van incidentele onvoorziene, onvermijdbare en onuitstelbare uitgaven is in de begroting 2024 een bedrag van € 13.000,- opgenomen. Voor de dekkingsmaatregelen wordt verwezen naar de toelichting hiervoor.
In voorkomende gevallen worden incidentele mee- en tegenvallers ook verrekend met de algemene reserve. Door de stijgende inflatie stijgen de lasten niet alleen binnen onze bedrijfsvoering. Ook aannemers, verbonden partijen en gesubsidieerde instellingen zullen de hogere inflatie willen doorberekenen aan de gemeente. De stelpost loon- en prijsmutaties wenden we t.z.t. hiervoor aan. Door de meerjarige begrotingsoverschotten wordt onze liquiditeitspositie aanzienlijk verbeterd. Dit leidt tot een lagere financieringsbehoefte en dus tot lagere rentelasten. Daarom hebben wij in deze begroting die middelen afgezonderd om de rentenadelen bij consolidatie van korte lopende schuld naar lange lopende schuld daarmee op te kunnen vangen. In de begroting moet op basis van de financiële kaderstelling rekening gehouden worden met een rentepercentage van 3,50% voor eventueel nieuw aan te trekken geldleningen in 2023 en verder. In de perspectiefnota 2023 hadden we nog rekening gehouden met een percentage van 3,00%. De rentelasten van het meerjarenprogramma hebben we hier alsnog op aangepast. De nog te verdelen rente en afschrijvingen en verrekening van overhead moeten nog nader functioneel verbijzonderd worden.
Aan de hand van de risico’s op onze openstaande vorderingen bepalen we hoe hoog de voorziening dubieuze debiteuren moet zijn. Daarbij wordt een inschatting gemaakt ten aanzien van de mate van invorderbaarheid, waarvoor een voorziening getroffen wordt. Op grond van een analyse moest in 2022 € 110.000,- van de voorziening dubieuze debiteuren aangewend worden.
Onvoorziene uitgaven en stelposten krijgt dan het navolgende verloop:
| bedragen x € 1.000 |
s/i |
2022 |
2023 |
2024 |
2025 |
2026 |
2027 |
| a. onvoorziene uitgaven |
s |
|
-6 |
-13 |
-13 |
-13 |
-13 |
| b. stelpost dekkingsmaatregelen |
s |
|
439 |
333 |
312 |
305 |
297 |
| c. stelpost loon- en prijsmutaties |
s |
|
-44 |
-523 |
-528 |
-528 |
-528 |
| d. stelpost opvang hogere rentelasten |
s |
|
-246 |
-65 |
-93 |
-97 |
-44
|
| e. stelpost hogere rentelasten MIP |
s |
|
|
-64 |
-137 |
-168 |
-197
|
| f. door te belasten rente en afschrijvingen / overhead |
s |
|
170 |
175 |
114 |
105 |
86
|
| f. beschikking voorziening dubieuze debiteuren |
i |
-110 |
|
|
|
|
|
| totaal onvoorzien en stelposten |
|
-110 |
313 |
-157 |
-345 |
-395 |
-399 |
In onderstaand overzicht wordt het totaal van lasten en baten van de algemene dekkingsmiddelen opgenomen.