Uitkomsten begroting 2022

Voorwoord

Terug naar navigatie - Voorwoord

In dit hoofdstuk wordt het meerjarenperspectief 2021-2025 toegelicht en bijgesteld aan de hand van een aantal elementen. Deze elementen worden onderstaand afzonderlijk belicht. We presenteren eerst het meerjarenperspectief van het bestaande beleid. Daarna volgen de financiële consequenties van het meerjarenprogramma. Bij het meerjarenprogramma zijn tevens een aantal nieuwe beleidsvoornemens dan wel aanpassingen van budgetten opgenomen. Daarna zal vervolgens inzicht worden verschaft in het geactualiseerde meerjarenperspectief na verwerking van alle in deze begroting gepresenteerde mutaties.

Gedurende de periode van de meerjarenramingen is het loon- en prijspeil constant gehouden. Anders verwoordt wil dit zeggen dat met loon- en prijsstijgingen ná 2022 geen rekening is gehouden.

Vertrekpunt meerjarenperspectief in bestaand beleid

Terug naar navigatie - Vertrekpunt meerjarenperspectief in bestaand beleid

De raad is middels de besluitvorming van de perspectiefnota 2021 richtinggevend geweest voor het opstellen van de begroting 2022-2025. De financiële consequenties van de meicirculaire 2021 en de (netto) extra compensatie voor jeugdzorg 2022 hebben we hier aanvullend aan toegevoegd. Daarnaast hebben we een administratieve correctie aan moeten brengen als gevolg van een nadere afstemming van de gecalculeerde kapitaallasten en heeft er op grond van de “BBV-notitie structurele en incidentele baten en lasten” een beperkte administratieve verschuiving plaatsgevonden van de incidentele ruimte naar de structurele ruimte. Alle baten en lasten van het bestaande beleid zijn verwerkt in de meerjarenraming.

Het overzicht toont aan dat we op basis van het bestaande beleid over voldoende structurele ruimte beschikken voor de uitvoering van het nieuwe beleid.  Het raadsprogramma is vanzelfsprekend hét kaderdocument voor de huidige raadsperiode. Financiële vertaling hiervan heeft reeds bij de perspectiefnota 2019 plaats gevonden. Uit praktische overwegingen hebben wij de lasten van het raadsprogramma toegevoegd aan de lasten van het meerjarenprogramma (zie hierna), zodat we het nieuwe beleid op één plek in de begroting toelichten.

Het meerjarenperspectief van het bestaande beleid heeft dan het navolgende verloop:

(bedragen x 1.000,-) 2021 2022 2023 2024 2025
structurele ruimte aanvaard beleid v 455 v 894 n -157 n -198 v 209
structurele mutaties reserves v 762 v 692 v 1.172 v 1.222 v 1.206
totaal structureel aanvaard beleid v 1.217 v 1.586 v 1.015 v 1.024 v 1.415
incidentele ruimte aanvaard beleid n -2.162 n -523 v 2.553 v 1.820 v 193
incidentele mutaties reserves v 2.115 v 463 n -2.436 n -1.693 n -114
totaal incidenteel aanvaard beleid n -47 n -60 v 117 v 127 v 79
totale ruimte aanvaard beleid v 1.170 v 1.526 v 1.132 v 1.151 v 1.494
(- = nadeel en + = voordeel)

Meerjarenprogramma 2021-2025

Terug naar navigatie - Meerjarenprogramma 2021-2025

In onderstaand overzicht worden de baten en lasten van het meerjarenprogramma 2021-2025 weergegeven. 

(bedragen x 1.000,-) 2021 2022 2023 2024 2025
structurele lasten bestaand meerjarenprogramma n -75 n -635 n -847 n -661 n -876
structurele lasten mutaties meerjarenprogramma v 729 v 32 n -166 n -383
incidentele lasten bestaand meerjarenprogramma v 485 v 402 v 119 v 216
incidentele lasten mutaties meerjarenprogramma n -212 n -25 n -5 n -5
totale ruimte meerjarenprogramma n -75 v 367 n -438 n -713 n -1.048
(- = nadeel en + = voordeel)

Mutaties meerjarenprogramma 2021-2025

Terug naar navigatie - Mutaties meerjarenprogramma 2021-2025

De begroting 2021-2025 is opgesteld conform de uitgangspunten van de vastgestelde perspectiefnota 2021. Diverse ontwikkelingen zijn aanleiding om aanvullende voorstellen voor te leggen, die nog niet opgenomen waren in de perspectiefnota 2021. Hieronder zijn in tabelvorm deze wensen/aanpassingen weergegeven. Voor een inhoudelijke toelichting en onderbouwing per onderwerp wordt verwezen naar de verschillende hoofdtaakvelden. Voor een totaaloverzicht van het meerjarenprogramma wordt verwezen naar bijlage 3.

A omschrijving s aanvullende wensen/budgetten
B (bedragen x € 1.000,-) i 2021 2022 2023 2024 2025
structurele mutaties
A actualiseren legestarieven burgerzaken s v 10 v 10 v 10 v 10
A algemene uitkering jeugdzorg 2022 t/m 2025 s v 1.157 v 693 v 637 v 566
A actualisatie herijking gemeentefonds s n -136 n -378 n -625
A actualiseren legestarieven bijzondere wetten s v 3 v 3 v 3 v 3
A actualiseren legestarieven kabels en leidingen s v 20 v 21 v 21 v 21
B herontwikkeling sportpark Casteren s n -18 n -18 n -18 n -18
B fusie korfbalverenigingen Hapert en Hoogeloon s n -44 n -44 n -44 n -43
A actualiseren legestarieven kinderopvang s n -1 n -1 n -1 n -1
A stelpost uitgaven jeugdzorg 2022 t/m 2025 s n -600 n -500 n -400 n -300
A actualiseren legestarieven omgevingsvergunningen s v 202 v 4 v 4 v 4
A totaal structurele mutaties v 729 v 32 n -166 n -383
incidentele mutaties
A algemene reserve: tbv subsidie duurzame energie particulieren i v 250
A algemene reserve: vrijval algemene reserve grondexploitatie i n -45
A algemene reserve grondexploitatie: vrijval surplus i v 45
A onderuitputting kapitaallasten i v 63
A toeristenbelasting naar arbeidsmigranten: onderzoekskosten i n -5
A 25-jarig bestaand gemeente Bladel i n -200
A voorbereiding energietransitie i n -70 n -25 n -5 n -5
A subsidie duurzame energie particulieren i n -250
totaal incidentele mutaties n -212 n -25 n -5 n -5
totaal aanvullende mutaties v 517 v 7 n -171 n -388
(- = nadeel en + = voordeel)

Het meerjarenperspectief totaal

Terug naar navigatie - Het meerjarenperspectief totaal

Bij de samenstelling van de begroting is een onderscheid aangebracht in bestaand beleid en het nieuwe beleid, zoals opgenomen in het meerjarenprogramma 2021-2025. De bedoeling hiervan is om ruwweg een verdeling aan te geven tussen het bestaande en de onderdelen van het nieuwe beleid. Daarnaast worden de mutaties van de reserves afzonderlijk weergegeven.

De begroting maakt ook onderscheid tussen structurele en incidentele middelen. Structurele middelen zijn jaarlijks terugkerende middelen. Incidentele, en de naam zegt het al, zijn eenmalig of voor een beperkt aantal jaren. In de “BBV-notitie structurele en incidentele baten en lasten” worden hierover richtlijnen gegeven. Om het huishoudboekje van de gemeente gezond te maken en te houden is het van belang om de jaarlijks terugkerende lasten te kunnen betalen uit de jaarlijks terugkerende inkomsten.

Na de hiervoor genoemde (doorlopende) activiteiten wordt in onderstaand overzicht het geactualiseerde meerjarenperspectief gepresenteerd. Deze mutaties zijn bij de hoofdtaakvelden van de begroting uitgewerkt en samengevat in de financiële begroting.

De begroting 2022 sluit dan met een structureel overschot van € 1.680.000,- en een incidenteel overschot van € 213.000,-. Het positief begrotingsresultaat 2022 bedraagt pro saldo dan € 1.893.000,-. Deze ruimte biedt onzes inziens ook voldoende ruimte om de eventuele nadelige financiële consequenties van de na-ijlende gevolgen van de coronacrisis in 2021/2022 op te kunnen vangen. In meerjarig perspectief bezien is er nog een structureel overschot van € 156.000,-. De meerjarige begrotingsresultaten worden vooralsnog verrekend met de algemene reserve.

Bij dit perspectief maken wij ook de kanttekening dat de uitkering uit het gemeentefonds op basis van de septembercirculaire 2021 dit perspectief mogelijk nog positief of negatief kan beïnvloeden. Wij verwachten dat de septembercirculaire op Prinsjesdag (21 september 2021) ontvangen wordt. Zodra de septembercirculaire door ons doorgerekend is, zullen wij de financiële resultaten hiervan ter kennis brengen van uw raad, zodat deze betrokken kunnen worden bij de besluitvorming over deze begroting.

Voor onze financiële positie zijn wij in grote mate afhankelijk van de inkomsten die we van het rijk krijgen. Het is nog niet bekend wanneer we de definitieve informatie ontvangen ten aanzien van de financiële gevolgen van de herijking van het gemeentefonds voor onze gemeente. We hebben overigens voor een deel hier reeds op voorgesorteerd. Er is op basis van berichtgeving van 12 augustus 2021 van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties rekening gehouden met een korting op de algemene uitkering van € 236.000,- in 2023 oplopend naar € 725.000,- in 2025 (voor een nadere specificatie hiervan verwijzen wij u naar bijlage 2). Wij zijn echter in de gelukkige omstandigheid dat onze meerjarenraming, mocht deze korting onverhoopt hoger gaan uitvallen, wel een paar tegenvallers kan opvangen zonder dat getornd behoeft te worden aan het voorzieningen niveau van de gemeente. 

Er is ook enige onzekerheid over de ontwikkeling van de omvang van de algemene uitkering voor jeugdzorg ná 2022. Voor de jaren ná 2022 dient het oordeel van de arbitragecommissie als zwaarwegende inbreng voor de nieuwe kabinetsformatie. Het nieuwe kabinet gaat hierover immers t.z.t. over besluiten. Vooruitlopend hierop is tussen Rijk, IPO en VNG afgesproken dat de gemeenten in hun meerjarenraming voor de jaren 2023 tot en met 2025 rekening mogen houden met 75% van de bedragen van wat de arbitragecommissie jeugdzorg berekent. Wij verwachten daarom dat het onzes inziens ondenkbaar is dat het nieuwe kabinet de conclusies van de arbitragecommissie volledig naast zich neer zal leggen. Wij spreken dan ook de reële verwachting uit dat we ook ná 2022 de volledige extra middelen van het rijk tegemoet zullen zien voor jeugdzorg. Omdat de kosten voor jeugdzorg de afgelopen jaren doorlopend zijn gestegen zijn onze budgetten reeds aangepast aan de stijgende vraag. Het is daarom niet nodig om bóvenop die hogere jeugduitgaven dan de volledige extra uitkering te leggen.

Het geactualiseerde meerjarenperspectief wordt in onderstaand tabel weergegeven:

(bedragen x 1.000,-) 2021 2022 2023 2024 2025
structureel:
structurele ruimte aanvaard beleid v 455 v 894 n -157 n -198 v 209
structurele mutaties reserves v 762 v 692 v 1.172 v 1.222 v 1.206
structurele ruimte bestaand beleid v 1.217 v 1.586 v 1.015 v 1.024 v 1.415
meerjarenprogramma 2021-2025 n -75 v 94 n -815 n -827 n -1.259
structurele begrotingsruimte a v 1.142 v 1.680 v 200 v 197 v 156
incidenteel:
incidentele ruimte aanvaard beleid n -2.162 n -523 v 2.553 v 1.820 v 193
incidentele mutaties reserves v 2.115 v 463 n -2.436 n -1.693 n -114
incidentele ruimte bestaand beleid n -47 n -60 v 117 v 127 v 79
meerjarenprogramma 2021-2025 0 v 273 v 377 v 114 v 211
incidentele begrotingsruimte b n -47 v 213 v 494 v 241 v 290
totaal begrotingsresultaat a+b v 1.095 v 1.893 v 694 v 438 v 446
mutaties ten laste/gunste van de algemene reserve n -1.095 n -1.893 n -694 n -438 n -446
totaal na mutaties reserves 0 0 0 0 0
(- = nadeel en + = voordeel)