Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

Algemeen

De begrotingsvoorschriften schrijven voor dat deze middelen, naast de kosten van overhead, in een apart onderdeel worden beschreven. Deze middelen zijn bestemd voor de uitvoering van de beleidsvelden waarin het beleid tot uitvoering wordt gebracht. De algemene dekkingsmiddelen vormen de financiële dekking van de beleidsvelden en van de overhead. Hoewel we de toeristenbelasting als algemeen dekkingsmiddel beschouwen is deze opbrengst (op grond van het BBV) verantwoord onder hoofdtaakveld Economie.

Tot de algemene dekkingsmiddelen worden de onderstaande onderdelen gerekend:
a. lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is
b. uitkeringen uit het gemeentefonds
c. dividenden
d. saldo van de financieringsfunctie
e. overige algemene dekkingsmiddelen
f. vennootschapsbelasting
g. onvoorzien en stelposten

Wat wilden we bereiken?

Financieel gezonde gemeente

De gemeente Bladel wil een financieel gezonde gemeente zijn. Uitgangspunt is dat sluitende (meerjaren)-begrotingen worden gepresenteerd, waarbij in ieder geval het vierde planjaar structureel sluitend is. Voor de planjaren 1 tot en met 3 wordt incidenteel een beroep gedaan op de algemene reserve met inachtneming van het door uw raad vastgestelde beleidskader betreffende het weerstandsvermogen. De structurele lasten in de begroting worden gedekt door structurele baten en dekkingsmiddelen. Onze financiële beheersing is hierop gericht.

Door het binnenhalen van subsidies, slim werk met werk maken, goed aanbesteden en een continue focus op het beter organiseren van processen en verantwoordelijkheden kunnen we met de beperkte middelen veel voor elkaar krijgen. Een belangrijk deel van de gemeentelijke inkomsten komt uit de algemene uitkering. Op dit onderdeel hebben we geen invloed. Schommelingen hebben direct effect op de exploitatie. 

De beheersing van risico’s en het op peil houden van ons weerstandsvermogen blijven vaste uitgangspunten. De werkelijke ratio weerstandsvermogen bedraagt in 2020 5,63 (voor resultaatbestemming 2020) en voldoet hiermee aan de door de raad gestelde norm.

Wat hebben we gedaan in 2020?

 Financieel gezonde gemeente

Om de gemeentefinanciën goed gezond te houden is het belangrijk om voorzichtig en reëel te begroten. Bij het vaststellen van de begroting 2020 vertoonde de jaarschijf 2020 een nadelig saldo van € 459.000,-. Dit was de resultante van een structureel voordeel van € 71.000,- en een incidenteel nadeel van € 530.000,-. In meerjarig perspectief bezien sloot de meerjarenraming met een structureel voordeel van € 32.000,-. 

De doorwerking van de mutaties van de najaarsnota 2019, de perspectiefnota 2020 en de najaarsnota van 2020 op het resultaat van de begroting 2020 leidde uiteindelijk tot een geraamd positief exploitatiesaldo van € 122.000,-. De rekening 2020 laat per saldo een voordelig saldo zien ter grootte van € 1.911.000,-. In het voordelig resultaat is rekening gehouden met per saldo circa € 901.000,- onttrekking aan de reserves.

Toelichting algemene dekkingsmiddelen:

 a. lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is
Bladel kent twee heffingen waarvan de aanwending vrij is. Naast de onroerende zaakbelasting gaat het om de toeristenbelasting. Besloten is om geen precariorechten (vergoeding voor het gebruik van openbare grond) te heffen. Hiervoor in de plaats wordt een terrasvergoeding gevraagd (op basis van een terrasvergunning) van de horeca ondernemers. 

De tarieven voor 2020 zijn bijgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de nieuwe WOZ-waarden zodat er in eerste aanleg sprake is van een gelijkblijvende opbrengst. Daarnaast werden de tarieven verhoogd met een nagecalculeerde inflatiecorrectie 2,45%.

Voor een nadere toelichting van de lokale heffingen wordt verwezen naar paragraaf Lokale heffingen.

 b. uitkeringen uit het gemeentefonds

Het gemeentefonds is specifiek opgedeeld in een algemene uitkering, enkele doel- en integratie-uitkeringen. Voor de algemene uitkering en de doel- en integratie-uitkering geldt dat de gemeente vrij is ze in te zetten.

De algemene uitkering is op basis van de ‘trap-op-trap-af systematiek’ gekoppeld aan het totale netto uitgavenkader van het rijk. Door deze brede koppeling groeit de algemene uitkering ook mee met de zorguitgaven en sociale zekerheidsuitgaven van het rijk. De ontwikkeling van het accres wordt daarmee stabieler. De stabiliteit wordt nog verder vergroot, doordat het rijk een deel van de uitgaven WW en bijstand erbuiten houdt en juist die uitgaven erg conjunctuur gevoelig zijn. 

De algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt door het rijk op grond van bepaalde verdeelsleutels toegerekend aan de gemeenten. De uit te keren bedragen worden in circulaires bekend gemaakt. Gemeenten hoeven niet specifiek verantwoording af te leggen over de algemene uitkeringen. Via de algemene uitkering hebben we ook coronasteun middelen ontvangen van het rijk om enerzijds de inkomstendervingen en anderzijds de extra gemeentelijke uitgaven op te kunnen vangen. Het eerste steunpakket op basis van de juni brief van de Minister van BZK bedraagt € 640.000,-, het tweede steunpakket op basis van de septembercirculaire € 357.000,- en het derde steunpakket op basis van de decembercirculaire 2020 € 44.000,-. De totale compensatie bedraagt dan € 1.041.000,- (zie paragraaf Covid-19).

Het kabinet heeft inmiddels ook aangegeven een compensatiepakket voor 2021 beschikbaar te stellen. De financiële compensatie uit het nieuwe aanvullende pakket van € 443 miljoen verwerken we in 2021, nadat het ministerie de bedragen per gemeente heeft bepaald en beschikt heeft. 

In de perspectief- en de najaarsnota is reeds uitgebreid verslag gedaan over de ontwikkelingen binnen het gemeentefonds. Deze bijstellingen zijn enerzijds gevolg van de autonome ontwikkeling in de rijksuitgaven en anderzijds door de doorwerking van de beleidsintensiveringen en/of beleidsextensiveringen door het rijk. De verantwoorde algemene uitkering is gebaseerd op de ten tijde van het opstellen van de jaarrekening bekende informatie uit de decembercirculaire 2020. De accressen (de jaarlijkse toe- of afname van de groei van het gemeentefonds) zijn daarentegen (op basis van een stellige uitspraak van de Commissie BBV) verantwoord op basis van de accresmededeling zoals opgenomen in de septembercirculaire 2020, omdat de decembercirculaire geen bijstellingsmoment is voor het accres. 

Samengevat resulteerde de uitkering uit het gemeentefonds in een positief resultaat van € 41.000,-.

 c. dividenden

De gemeente heeft deelnemingen door kapitaalinbreng bij de NV Bank voor Nederlandse Gemeenten en NV Brabant Water. Van de Bank Nederlandse Gemeenten wordt jaarlijks dividend ontvangen. BNG Bank zal op 19 maart 2021 ca 35% van het op 16 april 2020 goedgekeurde dividend 2019 uitkeren. Het resterende bedrag blijft beschikbaar voor uitkering op een later moment. De uitkering van dit restant zal op basis van de ECB-aanbeveling niet vóór 30 september 2021 plaatsvinden en is afhankelijk van mogelijke toekomstige aanbevelingen van de ECB. Brabant Water keert nog geen dividend uit. Door de Algemene vergadering van Aandeelhouders (AvA) is een bandbreedte van 45-60% vastgesteld voor het doen van dividenduitkeringen. Het actuele percentage van Brabant Water bedraagt 55,8%. Hoewel dit percentage ruim binnen de bandbreedte valt is door de AvA besloten om nog geen uitkeringen te doen in afwachting van een lopende aansprakelijkheid. Conform regelgeving wordt de dividenduitkering verantwoord in het jaar waarin het besluit is genomen.

 d. saldo van de financieringsfunctie

Het financieringsresultaat bestaat uit het verschil tussen het totaal van de werkelijk betaalde en berekende rente over onze financieringsmiddelen en het totaal van de renteontvangsten en de doorberekende rente over de vaste activa. De rentelasten worden toegerekend aan de (hoofd)taakvelden met het rente-omslagpercentage van 1,60%. Het percentage voor toerekening aan de in exploitatie genomen grondexploitaties bedraagt daarentegen 1,0716% (werkelijke rentelasten op basis van verhouding vreemd vermogen / totaal vermogen). Het verschil tussen dit omslagpercentage en de betaalde rente wordt ten gunste van de financieringsfunctie verantwoord.

Het financieringsresultaat voor 2020 is geraamd op € 103.000,- negatief. Het gerealiseerde resultaat is € 143.000,- gunstiger, met name door aangepaste doorbelastingen van rentelasten aan de diverse hoofdtaakvelden. De hogere doorbelasting wordt veroorzaakt door een nagecalculeerd rente-omslagpercentage.

In de paragraaf Financiering wordt naast de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille ook inzicht gegeven in de rentelasten uit externe financiering, het renteresultaat en de wijze van toerekening. 

 e. overige algemene dekkingsmiddelen

Vanwege het eigen vermogen hoeft de gemeente geen leningen aan te trekken om haar grote uitgaven, zoals investeringen, te financieren. De rentevergoeding voor het eigen vermogen wordt op grond van het BBV gebaseerd op het gewogen samenstel van de externe rentelasten over de lang en kort aangetrokken financieringsmiddelen en bedraagt daarmee 1,6845%.
De bespaarde rente over het eigen vermogen is tot een bedrag van ca. € 425.000,- volledig toegerekend aan de exploitatie. Van deze rentebaten wordt € 212.000,- toegevoegd aan de dekkingsreserves en wordt € 211.000,- ten gunste van de algemene reserve verantwoord. De bespaarde rente over een gedeelte van de dekkingsreserve kapitaallasten ad € 2.000,- wordt structureel ten gunste van de exploitatie gebracht (inkomensfunctie).

 f. vennootschapsbelasting

Met ingang van 2016 vallen overheidsondernemingen onder de vennootschapsbelasting (Vpb). Jaarlijks inventariseren we de ondernemingsachtige activiteiten van de gemeente. De meeste activiteiten komen niet door de “ondernemingspoort ”. Dit komt omdat deze activiteiten geen winst genereren of doordat in fiscale zin de gemeente niet deelneemt aan het economische verkeer.

Voor een drietal geclusterde werkvelden wordt in principe door de ondernemingspoort gegaan, te weten: Ophalen en verwerken van afval, Woningexploitatie en Grondexploitatie.

Bij het ophalen en verwerken van afval is sprake van het ophalen en verwerken van een beperkte hoeveelheid bedrijfsafval. Die laatste activiteit is in principe aan Vennootschapsbelasting onderhevig. Aangezien hierop geen winst wordt behaald, valt deze activiteit buiten de heffing van de Vbp. Met betrekking tot de verwerking van reststromen is intussen door de fiscus opgelegd dat normatief 1% van de restwaarde in de belastingheffing wordt betrokken. Duidelijk is dat grondexploitatie als de grootste belaste activiteit voor de vennootschapsbelasting moet worden gezien. Over 2020 moeten we € 362.000,- meer Vpb afdragen als gevolg van hogere fiscale winsten van grondexploitaties.

 g. onvoorzien en stelposten

Op basis van artikel 28 BBV nemen we in de jaarrekening een overzicht op van de aanwending van het bedrag voor onvoorzien. In de primitieve begroting was nog een bedrag opgenomen van € 25.000,-. Daarnaast zijn een aantal stelposten aanwezig. Stelposten waaraan nog geen specifieke bestemming gegeven is, zoals o.a. de stelpost voor dekking van loon- en prijsmutaties, nieuwe beleidsinitiatieven, overhead e.d.. Zowel de post onvoorzien als de stelposten werden ultimo 2020 volledig aangewend, enerzijds voor de dekking van bestedingsvoorstellen en anderzijds door vrijval ten gunste van het begrotingsresultaat.

Aan de hand van de risico’s op onze openstaande vorderingen bepalen we hoe hoog de voorziening dubieuze debiteuren moet zijn. Op grond van de analyse moest € 39.000,- extra gedoteerd worden.

In onderstaand overzicht wordt de aanwending van het bedrag voor onvoorziene uitgaven en de stelposten weergegeven.

onvoorziene uitgaven en stelposten Realisatie Realisatie Raming 2020 Raming 2020
2019 2020 na wijziging vóór wijziging
Oorspronkelijke raming onvoorzien -12.500 -12.500
BW 5-2020 perspectiefnota 2020 7.500
BW 7-2020 najaarsnota 2020 5.000
Totaal onvoorziene uitgaven -12.500
Begroting 2020: stelpost loon- en prijsmutatie -58.000 -58.000
- BW 1-2020 welzijnsactiviteiten -9.000
- BW 2-2020 doorwerking najaarsnota 2019 58.000
- BW 5-2020 perspectiefnota 2020 14.000
- BW 7-2020 najaarsnota 2020 -5.000
Begroting 2020: door te belasten rente en afschrijvingen 24.000 24.000
- BW 5-2020 perspectiefnota 2020 -24.000
Begroting 2020: stelpost onderuitputting kapitaallasten 367.000 367.000
- BW 2020 vaststelling begroting -238.000
- BW 2-2020 doorwerking najaarsnota 2019 28.000
- BW 5-2020 perspectiefnota 2020 -157.000
Begroting 2020: stelpost verrekening overhead en lonen -138.000 -138.000
- BW 2-2020 doorwerking najaarsnota 2019 61.000
- BW 5-2020 perspectiefnota 2020 77.000
Begroting 2020: stelpost voorlopig resultaat najaarsnota 2019 -261.000 -261.000
- BW 2-2020 doorwerking najaarsnota 2019 261.000
Begroting 2020: stelpost dekkingsmaatregelen 4.000 4.000
- BW 2-2020 doorwerking najaarsnota 2019 -4.000
Dotatie / vrijval voorziening dubieuze debiteuren 26.000 -39.000
Totaal stelposten 26.000 -39.000 -62.000
Totaal onvoorzien en stelposten 26.000 -39.000 -74.500

Wat heeft het beleidsveld gekost?

Na de hiervoor genoemde (doorlopende) activiteiten volgt in onderstaand overzicht “Wat het gekost heeft?” Voor een nadere analyse wordt verwezen naar het "Overzicht van baten en lasten en toelichting".

Bedragen Rekening Begroting Begroting Rekening Rekening
2019 prm 2020 na wijz.2020 2020 t.o.v.
(bedragen x € 1.000,-) begroting
lasten algemene dekkingsmiddelen n -686 n -647 n -857 n -1.186 n -329
baten algemene dekkingsmiddelen v 35.457 v 35.656 v 37.912 v 37.981 v 69
gerealiseerd saldo van baten en lasten v 34.771 v 35.009 v 37.055 v 36.795 n -260
toevoegingen reserves
onttrekkingen reserves
gerealiseerd resultaat v 34.771 v 35.009 v 37.055 v 36.795 n -260