Bij de samenstelling van de begroting is een onderscheid aangebracht in bestaand beleid en het nieuwe beleid, zoals opgenomen in het meerjarenprogramma 2020-2024. De bedoeling hiervan is om ruwweg een verdeling aan te geven tussen het bestaande en de onderdelen van het nieuwe beleid. Daarnaast worden de mutaties van de reserves afzonderlijk weergegeven.
De begroting maakt ook onderscheid tussen structurele en incidentele middelen. Structurele middelen zijn jaarlijks terugkerende middelen. Incidentele, en de naam zegt het al, zijn eenmalig of voor een beperkt aantal jaren. In de “BBV-notitie structurele en incidentele baten en lasten” worden hierover richtlijnen gegeven. Om het huishoudboekje van de gemeente gezond te maken en te houden is het van belang om de jaarlijks terugkerende lasten te kunnen betalen uit de jaarlijks terugkerende inkomsten.
Na de hiervoor genoemde (doorlopende) activiteiten wordt in onderstaand overzicht het geactualiseerde meerjarenperspectief gepresenteerd. Deze mutaties zijn bij de hoofdtaakvelden van de begroting uitgewerkt en samengevat in de financiële begroting.
De begroting 2021 sluit dan met een structureel overschot van € 117.000,- en een incidenteel overschot van € 19.000,-. Het positief begrotingsresultaat 2021 bedraagt pro saldo dan € 136.000,-. Deze ruimte biedt onzes inziens ook voldoende ruimte om de eventuele nadelige financiële consequenties van de na-ijlende gevolgen van de coronacrisis in 2021 op te kunnen vangen. In meerjarig perspectief bezien is er nog een structureel overschot van € 97.000,-. De meerjarige begrotingsresultaten worden vooralsnog verrekend met de algemene reserve.
Bij dit perspectief maken wij ook de kanttekening dat de uitkering uit het gemeentefonds op basis van de septembercirculaire 2020 dit perspectief mogelijk nog positief of negatief kan beïnvloeden. Wij verwachten dat de septembercirculaire in de derde week van september ontvangen wordt. Zodra de septembercirculaire door ons doorgerekend is, zullen wij de financiële resultaten hiervan ter kennis brengen van uw raad, zodat deze betrokken kunnen worden bij de besluitvorming over deze begroting.
De grootste kanttekening bij het gepresenteerde meerjarenperspectief zullen evenwel de nadelige gevolgen van de herijking van het gemeentefonds zijn. Eerst in de komende decembercirculaire zullen wij meer informatie ontvangen wat de financiële gevolgen voor onze gemeente zullen gaan bedragen. In deze begroting hebben wij reeds rekening gehouden met een indicatief nadeel van € 521.000,- vanaf 2022. We zullen dan, op basis van de prognose van dat moment, begin 2021 een plan van aanpak opstellen hoe we (raad, college en ambtelijke organisatie) invulling gaan geven aan de opdracht om de onbalans in onze meerjarenraming dan weer te herstellen. Alle hoofdtaakvelden worden daarbij betrokken. Ook kan de discussie over de extra verhoging van de OZB-tarieven voor de periode 2022-2025 kan dan hierbij weer betrokken worden.