Lokale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Inleiding

Omschrijving (toelichting)

De gemeentelijke heffingen zijn, naast de doeluitkeringen van het Rijk en de algemene uitkering uit het gemeentefonds, voor ons een belangrijke bron van inkomsten. We maken onderscheid tussen belastingen, rechten en heffingen.

Bij rechten is sprake van specifieke lasten verband houdend met individuele diensten door de gemeente. Bij heffingen is sprake van specifieke lasten verband houdend met collectieve voorzieningen (bijvoorbeeld afvalstoffen, riool).

De geraamde opbrengsten van rechten en heffingen mogen niet hoger zijn dan de geraamde kosten van de gemeente voor de uitoefening van de taak. Dat wil zeggen: niet meer dan honderd procent kostendekkend. Bij belastingen is er geen directe relatie met een prestatie van de gemeente. De eis van maximale kostendekkendheid geldt niet voor belastingen. De opbrengsten van deze belastingen gebruiken we als algemeen dekkingsmiddel.

Deze paragraaf bevat een overzicht van de voorgestelde wijzigingen van de gemeentelijke heffingen die van invloed zijn op de begroting 2027.

Algemene uitgangspunten

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Algemene uitgangspunten

Omschrijving (toelichting)

Bij het heffen en invorderen van belastingen zijn we onder meer gebonden aan de:
-  Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR);
-  Algemene wet bestuursrecht (Awb), (inclusief de algemene beginselen van behoorlijk bestuur);
-  Invorderingswet 1990;
-  Gemeentewet;
-  Wet waardering onroerende zaken;
-  diverse Uitvoeringsbesluiten.

De wet geeft duidelijke kaders aan voor de heffing, invordering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Het maken van uitzonderingen op de regels uit de wetgeving is niet toegestaan, dit om rechtsongelijkheid voor de burger te voorkomen.

De lokale heffingen zijn een integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid. Ze raken de burgers, bedrijven en instellingen direct in hun portemonnee. Gemeentelijke heffingen staan dan ook sterk in de politieke belangstelling. De formele vaststelling van de tarieven voor 2027 vindt plaats door het vaststellen van de belasting- en tarievenverordeningen door uw raad.

Gemeentelijke heffingen kunnen worden onderscheiden in ongebonden heffingen en heffingen die gebonden zijn aan bepaalde leveringen en diensten van de gemeente. Ongebonden heffingen (belastingen) behoren tot de algemene dekkingsmiddelen van de gemeente. Dit betekent dat de opbrengsten van deze belastingen niet voor een specifiek en wettelijk bepaald doel maar voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen mogen worden ingezet. In Bladel zijn dit onroerende zaakbelastingen (OZB) en toeristenbelasting.

Voor de gebonden heffingen is er wel sprake van een directe relatie tussen de heffing en de gemeentelijke taak. Onze dienstverlening dient kostendekkend te zijn. Dat vraagt om een scherpe en transparante kostentoerekening. Het profijtbeginsel, ofwel het principe waarbij de gebruiker betaalt, is hierbij richtinggevend. Het streven is 100% kostendekkendheid (bij gebonden heffingen mogen de geraamde opbrengsten niet hoger zijn dan de geraamde kosten van de gemeente voor de uitoefening van de taak). In onze gemeente gaat het om afvalstoffenheffing, rioolheffingen en leges. Ook de Bedrijven Investerings Zone (BIZ) belasting beschouwen we als een gebonden heffing, omdat de opgelegde belastingen één-op-één doorbetaald worden aan de ondernemers (OVB) en de vertegenwoordiging van de eigenaren.

Het gemeentelijke beleid is gericht op de doelstelling dat de burgers/bedrijven in de gemeente Bladel niet zwaarder worden belast dan voor de gemeentelijke financiële huishouding noodzakelijk is.

Leges en tarieven worden in beginsel verhoogd met de inflatiecorrectie (1,9%). De tarieven voor de rioolheffing, de afvalstoffenheffing en de leges zijn gebaseerd op 100% kostendekkendheid waarbij rekening is gehouden met een zo reëel mogelijke inschatting van zowel de baten- als de lastenontwikkeling binnen het meerjarenperspectief 2028-2030.

Bij de vaststelling van de Perspectiefnota 2025 is besloten tot een getrapte verhoging van de OZB, waardoor er weer een evenwichtige balans ontstond tussen middelen, taken en ambities. Deze verhoging (van 15% per jaar) heeft betrekking op de jaren 2026, 2028 en 2029. 

Onroerende zaakbelastingen

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Onroerende zaakbelastingen

We heffen op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerende zaakbelastingen (OZB):
- Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak (die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom) bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;
- Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

De hoogte van de OZB wordt afgeleid van de WOZ-waarde (een promillage). Dit percentage is, afhankelijk van eigenaar/gebruiker niet-woning en eigenaar woning, bepalend voor de hoogte van elke individuele aanslag OZB. Voor de individuele huishoudens en bedrijven is het bij het opstellen van de begroting niet mogelijk exact aan te geven hoe de ontwikkeling van de onroerende zaakbelastingen er voor het volgende jaar uitziet. De maatstaf voor de aanslagen OZB voor het belastingjaar 2027 is de waarde in het economisch verkeer op peildatum 1 januari van één jaar eerder (2026). Jaarlijks worden nieuwe WOZ-waarden vastgesteld. Hiermee volgt de WOZ-waarde jaarlijks de marktontwikkelingen. Wij hebben, op basis van informatie die de Waarderingskamer (wettelijke toezichthouder op de uitvoering van de Wet WOZ) heeft verzameld, rekening gehouden met een gemiddelde waardeontwikkeling van 6,5% voor woningen. Voor de niet-woningen is de marktontwikkeling 2,75%.

Voor de OZB zijn de tarieven in eerste aanleg verlaagd om de waardeontwikkeling te compenseren. Stijgt de waarde van de onroerende zaak, dan daalt in de regel het tarief, daalt de waarde van de onroerende zaak, dan stijgt het tarief. Alleen op deze wijze is het mogelijk om gemeentebreed de baten gelijk te houden. Daarnaast worden de OZB-tarieven in 2027 verhoogd met 1,9%.

Eigenaar woning
In 2026 was het tarief voor woningen 0,0751% van de waarde. De eigenarenaanslag OZB voor een woning met een waarde van € 491.000 bedroeg daarmee € 369. Met een waardeontwikkeling van 6,5% wordt de nieuwe waarde ca. € 523.000. Rekening houdend met de waardestijging en de voorgestelde verhoging van de OZB-opbrengsten van 1,9% komt het tarief voor 2027 uit op 0,0719%. Dit vermenigvuldigt met de nieuwe waarde van € 523.000 leidt tot een OZB-aanslag van € 376. Dit is een stijging van 1,9%.

Eigenaar niet-woning
In 2026 was het tarief voor eigenaren van niet-woningen 0,2128% van de waarde. De eigenarenaanslag OZB voor een niet-woning met een waarde van € 608.000 bedroeg daarmee € 1.293. Met een waardeontwikkeling van 2,75% wordt de gemiddelde waarde ca. € 625.000. Rekening houdend met de waardestijging en de voorgestelde verhoging van de OZB-opbrengsten van 1,9% komt het tarief voor 2027 uit op 0,2110%. Dit vermenigvuldigt met de waarde van € 625.000 leidt tot een OZB-aanslag van € 1.318. Dit is een stijging van 1,9%.

Gebruik niet-woning
In 2026 was het tarief voor gebruikers van niet-woningen 0,1919% van de waarde. De gebruikersaanslag OZB voor een niet-woning met een waarde van € 608.000 bedroeg € 1.167. Met een waardeontwikkeling van 2,75% wordt de gemiddelde waarde ca. € 625.000. Rekening houdend met de waardestijging en de voorgestelde verhoging van de OZB-opbrengsten 1,9% komt het tarief voor 2027 uit op 0,1903%. Dit vermenigvuldigt met de waarde van € 625.000 leidt tot een OZB-aanslag van € 1.189. Dit is een stijging van 1,9%.

Voor de onroerendezaakbelasting is voor 2027 een opbrengst geraamd van € 6.694.000. De te verwachten meeropbrengst uit ver- en nieuwbouw en de tariefsaanpassing zijn hierin begrepen.

Onroerende-zaakbelasting (bedragen x € 1,-) Werkelijk 2025 Begroot 2026 Begroot 2027
Eigenaar woningen 2.981.000 3.515.000 3.620.000
Eigenaar niet-woningen 1.511.000 1.704.000 1.737.000
Gebruiker niet-woningen 1.072.000 1.312.000 1.337.000
Totaal onroerende zaakbelastingen 5.564.000 6.531.000 6.694.000

Toeristenbelasting

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Toeristenbelasting

In het ombuigingstraject 2025 is besloten om de baten uit toeristenbelasting in 3 jaar (2027- 2028-2029) cumulatief te laten stijgen met ca. 28%. Dat komt neer op een jaarlijkse stijging van ca. 8,6% per jaar voor de jaren 2027, 2028 en 2029. Voor de toeristenzaakbelasting is, op basis van een verwacht aantal bezoekers per jaar, voor 2027 een opbrengst geraamd van € 1.738.000.

Toeristenbelasting (bedragen x € 1,-) Werkelijk 2025 Begroot 2026 Begroot 2027
Toeristenbelasting 1.480.000 1.598.000 1.738.000
Toeristenbelasting afwikkeling vorige jaren 117.000
Totaal toeristenbelasting 1.597.000 1.598.000 1.738.000

Gebonden heffingen

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Gebonden heffingen

Omschrijving (toelichting)

Onder de gebonden heffingen worden die vergoedingen begrepen waarvoor de gemeente een individuele dienst wordt geleverd. Zo worden leges geheven bij de afgifte van een paspoort, rijbewijs of een omgevingsvergunning. Daarnaast zijn personen / bedrijven een heffing verschuldigd voor diensten die de gemeente aan hen levert, zoals voor het gebruik van een aansluiting op de riolering, het verwerken van huisafval e.d.

Voor heffingen waarbij kosten worden verhaald, geldt dat de gemeente er geen winst op mag maken en alleen de daadwerkelijke kosten in rekening mag brengen. Dit betekent dat in een tabel wordt aangegeven wat de omvang van de lasten is, gespecificeerd per taakveld waar de kosten zijn opgenomen, met daartegenover welke baten uit de heffing worden verwacht. De kostendekkendheid is vervolgens het percentage van de geraamde lasten ten opzichte van de geraamde baten. Voor het berekenen van de kostendekkende tarieven houden we overigens wel rekening met de feitelijke rente, de overhead en de compensabele btw.

Toerekening overhead aan tarieven
Alle kosten, die direct toegerekend kunnen worden aan heffingen en leges, komen ten laste van deze producten. Voor indirecte kosten, ook wel overhead genoemd, is dit niet mogelijk. Deze indirecte kosten bestaan onder andere uit kosten voor ICT, huisvesting, inkoop, financiën e.d.. Deze kosten begroten we volgens de verslagleggingsvoorschriften (BBV) centraal in taakveld 0.4 ‘Overhead en ondersteuning organisatie’. Voor het berekenen van tarieven brengen we overigens wel een deel van de indirecte kosten ten laste van de tarieven. Dit doen we met een opslag van de overhead als percentage op de directe loonkosten.

De grondslagen voor de toerekening van overhead zijn in de Financiële verordening gemeente Bladel 2025 vastgelegd. De toerekening van overhead aan de heffingen geschiedt op basis van een opslag met een vast percentage. Het percentage wordt vastgesteld met de formule: (totale kosten overhead / omvang totale toegerekende personeelslasten inclusief totale kosten overhead) x 100%.

Voor 2027 leidt dit tot de volgende toerekening: (€ 8.760.000 / € 13.593.000) x 100% = 65% (afgerond). Met deze opslag benaderen we dan de integrale kostprijs.

Btw wordt meegerekend in tarieven
De Btw speelt bij de rioolheffing, de afvalstoffenheffing en de leges een speciale rol omdat wij in de kosten, die we via die rechten en heffingen verhalen, ook de te betalen btw mogen meerekenen. Die betaalde Btw is weliswaar verhaalbaar via het BTW-compensatiefonds, maar omdat dat fonds wordt gevoed vanuit het gemeentefonds (uitname), is dat feitelijk een ‘sigaar uit eigen doos’. Ter compensatie daarvan loopt de Btw dus mee in de kosten, die via de betreffende rechten en heffingen worden verhaald. Daardoor is in de begroting de raming van de baten ook hoger dan de raming van de corresponderende lasten.

Bedrijven InvesteringsZone (BIZ) belasting

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Bedrijven InvesteringsZone (BIZ) belasting

Voor een toekomstbestendig koopcentrum in Bladel is behoefte aan een structurele samenwerking tussen publieke en private partijen, op basis van gelijkwaardigheid en met een gezamenlijke inzet van middelen. Zowel de ondernemers (OVB) als de vertegenwoordiging van de eigenaren hebben uitgesproken gebruik te willen maken van het instrument van de Bedrijveninvesteringszone (BIZ) om te komen tot structurele financiering. Een BIZ belasting maakt het mogelijk voor ondernemers om gezamenlijk te investeren in een aantrekkelijke bedrijfsomgeving door het bevorderen van de leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander publiek belang in de openbare ruimte van het BIZ-gebied. De navolgende opbrengsten en lasten worden geraamd:

Bedrijven InvesteringsZone (bedragen x € 1,-) Werkelijk 2025 Begroot 2026 Begroot 2027
Bedrijven InvesteringsZone (BIZ) belasting 90.000 96.000 96.000
Doorbetaling Bedrijven InvesteringsZone (BIZ) belasting -90.000 -96.000 -96.000
Totaal BIZ 0 0 0
(- = nadeel en + = voordeel)

Rioolheffing

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Rioolheffing

De aanleg en het beheer van riolering is een gemeentelijke taak die zijn wettelijke basis tot het ingaan van de Omgevingswet, vond in de Wet Milieubeheer (Wm). Op grond van artikel 4.22 van de Wm was een gemeente verplicht een Gemeentelijk RioleringsPlan GRP (een beleidsmatig en strategisch plan voor de aanleg en het beheer van de gemeentelijke riolering) op te stellen. In de raadsvergadering van 17 december 2020 is het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 vastgesteld. Onder het overgangsrecht (artikel 4.93 Invoeringswet Omgevingswet) blijft het GRP van kracht tot eind van de vaststellingsperiode of het moment dat de gemeenteraad besluit dat het plan vervalt.

Het GRP 2021-2025 heeft echter een bredere visie, waarin ook anticiperend beleid is opgenomen om de gemeente in 2050 klimaatbestendig te maken. De Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie 2022-2026 eindigt eind 2026. Beide programma’s vertonen veel overeenkomsten en overlappen op verschillende punten. Na de evaluaties van zowel het GRP als de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie, is het de bedoeling om nieuwe kaders vast te stellen voor beide beleidsterreinen. Op basis daarvan zal een nieuw omgevingsprogramma voor klimaatadaptatie en riolering (water) worden opgesteld. De voorgestelde kaders zullen vervolgens ter goedkeuring aan de raad worden voorgelegd.

Begin 2026 is over het GRP een evaluatie opgesteld en is de raad geïnformeerd over de verlenging van het GRP. In het vierde kwartaal van 2026 zal het nieuwe programma tijdens een raadsinformatieavond worden toegelicht aan de gemeenteraad.

Verwachte kosten
De gemeente is wettelijk verplicht om haar zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater na te komen. In totaal verwachten we het komende jaar € 2.754.000 aan kosten te maken om deze zorgplichten na te komen. Om deze kosten transparant te maken splitsen wij eerst uit op welke taakvelden wij deze kosten zullen maken. Vervolgens gaan wij in op de herkomst van de middelen voor het financieren van deze taken.

Verdeling kosten
Uit onderstaand overzicht blijkt dat veruit het grootste deel van de gemeentelijke netto kosten komen van het taakveld riolering (€ 2.606.000). De netto kosten zitten vooral in daadwerkelijk nakomen van onze gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater. Daarnaast houden we rekening met de kwijtschelding van een deel van deze heffing. Voor het taakveld inkomensregelingen begroten we hiervoor € 20.000. Daarnaast begroten wij € 89.000 voor het taakveld overhead. Dit zijn kosten die wij maken door de sturing en ondersteuning van medewerkers in brede zin. Deze kosten zijn gebaseerd op de hiervoor genoemde systematiek. Tot slot wordt de compensabele btw verdisconteerd in de tarieven. Deze bedraagt € 210.000.

We mogen op grond van artikel 228a van de gemeentewet een rioolheffing invoeren. Deze mag maximaal kostendekkend zijn. In onze gemeente is de rioolheffing volledig kostendekkend. De benodigde inkomsten worden omgeslagen naar inwoners en bedrijven via een rioolheffingstarief. Ten aanzien van de huishoudens is met ingang van 2018 gekozen de heffingsmethodiek te differentiëren, waarbij:

  • Woningen een vastrecht betalen op basis van de gezinssamenstelling, en gedifferentieerd wordt naar één, twee, drie, vier en vijf tot en met tien persoonshuishoudens;
  • Agrarische objecten, dan wel combinaties van woningen met agrarische gedeelten die in hoofdzaak als niet-woning dienen te worden aangemerkt, een vastrecht betalen;
  • Niet-woningen op basis van een staffeling van het verbruik betalen, waarbij de staffeling begint met een verbruik tussen 0 en 50 m³.

Voor de rioolheffing is voor 2027 een opbrengst geraamd van € 2.754.000.  Het nadelig saldo ad € 140.000 wordt verrekend met de egalisatievoorziening riolering.

Kostendekkendheid van de rioolheffing (bedragen x € 1,-) taakveld Werkelijk 2025 Begroot 2026 Begroot 2027
Kosten taakveld riolering 7.2 -1.979.000 -2.444.000 -2.606.000
Kosten taakveld inkomensregelingen 6.3 -22.000 -20.000 -20.000
Inkomsten taakveld riolering (exclusief heffingen) 7.2 33.000 31.000 31.000
Netto kosten taakveld riolering -1.968.000 -2.433.000 -2.595.000
Toe te rekenen kosten:
Overhead (inclusief rente omslag) 0.4 -63.000 -89.000 -89.000
BTW -172.000 -221.000 -210.000
Egalisatie taakveld riolering 7.2 -127.000 125.000 140.000
Totale kosten taakveld riolering -2.330.000 -2.618.000 -2.754.000
Opbrengst heffingen 7.2 2.330.000 2.618.000 2.754.000
Dekkingspercentage 1 1 1
(- = nadeel en + = voordeel)

Afvalstoffenheffing

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Afvalstoffenheffing

We mogen op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer voor de inzameling van het afval van huishoudens een afvalstoffenheffing invoeren. Deze mag maximaal kostendekkend zijn. In onze gemeente is de afvalstoffenheffing volledig kostendekkend. Het beleid van de afvalstoffenheffing is gericht op het ophalen, verwerken en afvoeren van huishoudelijk afval, waarbij getracht wordt om door middel van gescheiden inzameling en gerichte voorlichting de afvalstroom zoveel mogelijk te beperken.

Verwachte kosten
De gemeente heeft een wettelijk inzamelingplicht voor het afval van huishoudens. In totaal verwacht de gemeente het komende jaar € 2.065.000 aan netto kosten te maken. Om deze kosten transparant te maken, splitsen wij eerst uit op welke taakvelden deze kosten gemaakt zullen worden. Vervolgens gaan wij in op de herkomst van de middelen voor het financieren van deze taken.

Verdeling kosten
Uit onderstaande overzicht blijkt dat veruit het grootste deel van de gemeentelijke kosten komt van het taakveld afval (€ 2.438.000). De kosten zitten vooral in het daadwerkelijk inzamelen en verwerken van het huishoudelijke afval. Ook het scheiden van afval en het recyclen ervan valt hieronder. Er wordt geen bedrijfsafval ingezameld. Daarnaast ontvangen we middelen voor tariefzakken (Netersel), poorttarieven milieustraat, bijdrage Reusel-De Mierden (milieustraat), inzameling oud papier, kleding en glas, alsmede vergoeding voor PMD en zwerfafval (ca. € 919.000). We houden ook rekening met de kwijtschelding van een deel van deze heffing. Voor het taakveld inkomensregelingen begroten we hiervoor € 20.000. Daarnaast begroten wij € 67.000 voor het taakveld overhead. Dit zijn kosten die wij maken door de sturing en ondersteuning van medewerkers in brede zin. Deze kosten zijn gebaseerd op de hiervoor genoemde systematiek. Tot slot wordt de compensabele btw verdisconteerd in de tarieven. Deze bedraagt € 427.000. 

De gemeente Bladel heeft gekozen voor een diftarsysteem op basis van volume/frequentie, met als uitgangspunt "de vervuiler betaalt". In het verlengde daarvan heeft de gemeenteraad bepaald dat de afvalstoffenheffing 100% kostendekkend moet zijn. Die heffing bestaat uit een vastrecht en een variabel recht. Het vastrecht wordt bij elke huisaansluiting in rekening gebracht, terwijl het variabel recht afhankelijk is van het volume van de minicontainers voor rest- of gft afval en het aantal keren dat die containers ter lediging worden aangeboden.

Daarmee kan elk huishouden zelf invloed uitoefenen op de uiteindelijke hoogte van de afvalstoffenheffing. Voor de afvalstoffenheffing is voor 2027 een opbrengst geraamd van € 2.085.000.

Kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing (bedragen x € 1,-) taakveld Werkelijk 2025 Begroot 2026 Begroot 2027
Kosten taakveld afval 7.3 -2.251.000 -2.294.000 -2.438.000
Inkomsten taakveld afval (exclusief heffingen) 7.3 1.043.000 908.000 919.000
Kosten taakveld verkeer en vervoer 2.1 -52.000 -52.000 -52.000
Kosten taakveld inkomensregelingen 6.3 -24.000 -20.000 -20.000
Netto kosten taakveld -1.284.000 -1.458.000 -1.591.000
Toe te rekenen kosten:
Overhead (inclusief rente omslag) 0.4 -39.000 -67.000 -67.000
BTW -377.000 -402.000 -427.000
Egalisatie taakveld afval 7.3 -99.000
Totale kosten taakveld afval -1.799.000 -1.927.000 -2.085.000
Opbrengst heffingen 7.3 1.799.000 1.927.000 2.085.000
Dekkingspercentage 1 1 1
(- = nadeel en + = voordeel)

Leges

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Leges

Onder de naam ‘leges’ worden verschillende rechten geheven van door het gemeentebestuur verstrekte diensten. Leges vallen onder de bestemmingsheffing (meerdere programma’s). Bij de bepaling van de kostendekkendheid van de leges maken we een onderscheid in de drie titels uit de legesverordening:

  • Titel I Algemene dienstverlening: denk hierbij aan paspoorten, rijbewijzen, burgerlijke stand
  • Titel II Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning: denk hierbij aan de omgevingsvergunning
  • Titel III Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn: denk hierbij aan de evenementenvergunning, vergunning in kader Drank- en Horecawet en gebruiksvergunningen.

De onderstaande tabel laat in het kort zien dat op basis van de gehanteerde uitgangspunten de tarieven onder titel I een dekkingspercentage hebben van 93% en titel II een dekkingspercentage van 115%. De tarieven die zijn opgenomen onder titel III laten een dekkingspercentage zien van 40%. Met de ‘’overdekking’’ van titel II vindt dan kruissubsidiëring plaats ter dekking van de “onderdekking” van titel I en titel III. Het uiteindelijke resultaat is een 100% kostendekking van de gehele legestabel.

De berekening van de kostendekkendheid  van de leges is als volgt tot stand gekomen:

Samenvatting kostendekkendheid directe loon- overhead compen- totale baten kosten-
kosten kosten sabele lasten dekking
bedragen x € 1.000 btw 2026
Titel I algemene dienstverlening 321 277 172 0 769 715 1
Titel II Dienstverlening fysiek leefomgeving/ omgevingsvergunning 261 161 100 33 555 638 1
Titel III Dienstverlening Europese dienstenrichtlijn 29 18 47 19 0
Kostendekking totale tarieventabel 582 467 290 33 1.372 1.372 1

Leges onderbouwing

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Leges onderbouwing

Verwachte kosten                                                                                                                                                                            De gemeente verricht diensten van uiteenlopende aard, zoals verstrekken van een exemplaar van de begroting of rekening, het voltrekken van een huwelijk, verstrekken van een paspoort of rijbewijs, in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning voor bijvoorbeeld bouw, sloop of horeca en dergelijke. In totaal verwachten we in 2027 € 1.048.000,- aan kosten te maken om deze diensten te kunnen verrichten. Om deze kosten transparant te maken splitsen wij eerst uit op welke taakvelden wij deze kosten zullen maken. Vervolgens gaan wij in op de herkomst van de middelen voor het financieren van deze taken.

Verdeling kosten
Uit onderstaande tabel blijkt dat veruit het grootste deel van de gemeentelijke kosten komt van het taakvelden burgerzaken en wonen en bouwen. Deze taakvelden vormen de kern van de directe lasten van de kostenonderbouwing. Daarnaast begroten wij vooralsnog € 290.000,- voor het taakveld overhead. Dit zijn kosten die wij maken door de sturing en ondersteuning van medewerkers in brede zin. Deze kosten zijn gebaseerd op de hiervoor genoemde systematiek. Tot slot wordt de compensabele BTW ad € 33.000,- verdisconteerd in de tarieven.

Kostendekkendheid van de leges (bedragen x € 1,-) taakveld Werkelijk 2025 Begroot 2026 Begroot 2027
Kosten taakveld burgerzaken 0.2 -369.000 -497.000 -495.000
Kosten taakveld burgerzaken 1.2 -43.000 -29.000 -29.000
Kosten verkeer en vervoer 2.1 -45.000 -35.000 -36.000
Kosten taakveld samenkracht en participatie 6.1 -15.000 -67.000 -67.000
Kosten taakveld wonen en bouwen 8.3 -587.000 -345.000 -421.000
Netto kosten taakvelden -1.059.000 -973.000 -1.048.000
Toe te rekenen kosten:
Overhead (inclusief rente omslag) 0.4 -233.000 -233.000 -290.000
BTW -92.000 -37.000 -33.000
Totale kosten taakvelden -1.384.000 -1.244.000 -1.372.000
Opbrengst leges (titel I t/m III) 1.331.000 1.244.000 1.372.000
Dekkingspercentage 1 1 1
(- = nadeel en + = voordeel)

Kruissubsidiëring

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Kruissubsidiëring

Omschrijving (toelichting)

Binnen titel 1 is kruissubsidiëring (een verwacht overschot bij de ene activiteit wordt gebruikt voor de dekking van een verwacht tekort bij een andere activiteit) toegestaan. Zo mag bijvoorbeeld het tarief voor huwelijksvoltrekkingen meer dan kostendekkend worden vastgesteld ter compensatie van een niet kostendekkend tarief voor paspoorten. Ook binnen titel 2 is kruissubsidiëring toegestaan. Bij de invoering van de omgevingsvergunning in 2010 was het weliswaar de wens van de wetgever dat alleen binnen de omgevingsvergunning kruissubsidiëring zou worden toegepast en niet met dienstverlening daarbuiten. Maar inmiddels heeft de rechter geoordeeld dat kruissubsidiëring tussen titel 1 en titel 2 niet verboden is. Niet kostendekkende tarieven voor de diensten die vallen onder titel 1 mogen dus gecompenseerd worden door meer dan kostendekkende tarieven voor de omgevingsvergunning. Op grond van de Europese Dienstenrichtlijn is binnen titel 3 kruissubsidiëring niet toegestaan. Voor elk van de tarieven van titel 3 geldt de norm van maximaal 100% kostendekking.

Gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid

Omschrijving (toelichting)

Voor de meeste inwoners van onze gemeente levert het betalen van de gemeentelijke belastingen en heffingen geen probleem op. Er zijn echter ook inwoners voor wie de betaling van de gemeentelijke belastingen een buitengewone inspanning betekent.

Voor hen is er de mogelijkheid om een beroep te doen op de kwijtscheldingsregeling die in de gemeente wordt toegepast. De gemeente heeft hierin beperkte beleidsvrijheid, omdat kwijtschelding sterk is gekoppeld aan normen die door het Rijk worden opgelegd. Dit is een gevolg van de centraal geleide inkomenspolitiek. Gevolg is dat niet voor alle belastingsoorten kwijtschelding wordt verleend. Kwijtschelding is mogelijk voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing voor gebruikers.

Voor de kwijtschelding van gemeentelijke heffingen is voor 2027 een budget van € 50.000 opgenomen. De dekking van deze kosten is meegenomen in de tariefberekening van afvalstoffenheffing en rioolheffing.

Aanslagoplegging gemeentelijke belastingen 2027

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Aanslagoplegging gemeentelijke belastingen 2027

Omschrijving (toelichting)

Net als voor belastingjaar 2026 wordt voor belastingjaar 2027 gekozen voor één gecombineerde aanslag gemeentelijke belasting die eind februari 2027 zal worden opgelegd met daarop:
-    de WOZ-beschikking    
-    het vastrecht afvalstoffenheffing
-    de aanslag onroerende zaakbelastingen
-    het variabele tarief afvalstoffenheffing 2025 (diftar)
-    het vastrecht rioolheffing
-    BIZ-belasting voor eigenaren en gebruikers
Bij het betalen van de gecombineerde aanslag via automatisch incasso wordt uitgegaan van 10 termijnen. Voor diegenen die geen gebruik maken van automatisch incasso blijft het aantal betaaltermijnen 2. Het samenvoegen van alle aanslagen tot één gecombineerde aanslag zorgt er voor dat minder kosten voor drukwerk en verzending hoeven te worden gemaakt.