4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Beleid voor risicomanagement

Terug naar navigatie - 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Beleid voor risicomanagement

We geven u in deze paragraaf inzicht in welke mate de gemeente Bladel in staat is risico’s met financiële gevolgen op te vangen zonder direct het beleid te moeten aanpassen. In de 'nota reserves en voorzieningen 2026' is het risicomanagement vastgesteld. Deze nota en de paragraaf weerstandsvermogen hebben nauw verband met elkaar. De gemeente Bladel wil risico’s niet elimineren, maar wil ze aanvaardbaar en beheersbaar houden. Gezond verstand laten we de boventoon voeren bij risicobeheersing, zodat we doen wat we moeten doen. Twee maal per jaar, bij de begroting en de jaarrekening, beoordelen we ons risicoprofiel. Op deze wijze krijgt uw raad periodiek goed inzicht in de omvang en de mogelijkheden om financiële risico’s op te vangen.

De ratio weerstandsvermogen c.q. algemene reserve wordt uitgedrukt als de verhouding tussen de algemene reserve en het gemiddelde van de geïnventariseerde risico’s. We sturen op de aanwezigheid van een ratio weerstandsvermogen binnen de grenzen van de waardering 3 (voldoende) in de bandbreedte van >1,0 tot <1,4. In onderstaand overzicht worden de waarderingsschalen weergegeven:

Waarderingsschaal Ratio weerstandsvermogen Betekenis
1 x > 2,0 Uitstekend
2 1,4 < x < 2,0 Ruim voldoende
3 1,0 < x < 1,4 Voldoende
4 0,8 < x < 1,0 Matig
5 0,6 < x < 0,8 Onvoldoende
6 x < 0,6 Ruim onvoldoende

Risico-inventarisatie

Terug naar navigatie - 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Risico-inventarisatie

Indien een redelijke inschatting van het gewenste weerstandsvermogen kan worden gegeven, kan hieruit een indicatie voor de gezondheid en flexibiliteit van de gemeentelijke financiën op de korte én langere termijn worden gegeven. Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, wordt de relatie gelegd tussen de gemiddelde omvang van de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste omvang van de algemene reserve enerzijds en de omvang van de algemene reserve anderzijds. Het beschikbare weerstandsvermogen is tenminste even groot als de omvang van het bepaalde risicoprofiel. 

De financiële risico’s worden nader toegelicht. Voor elk risico is een inschatting gemaakt van de kans dat de aangegeven gebeurtenis zou kunnen optreden. Hierbij worden drie categorieën onderscheiden, namelijk ‘laag’, ‘midden’ en ‘hoog’. Gesproken wordt van een ‘laag’ risicoprofiel indien de kans gemiddeld voor 25% zou kunnen optreden. Een ‘midden’ risicoprofiel beweegt zich op 50% en een ‘hoog’ risicoprofiel op gemiddeld 75%. Anders gezegd, een kwalificatie met ‘hoog’ impliceert dat het al bijna noodzakelijk is om voor dat risico een voorziening te treffen. Vervolgens is een financiële indicatie opgenomen van de omvang van het risico door de kans te vermenigvuldigen met het gemiddelde effect en is aangegeven of het risico van incidentele dan wel structurele aard is.

Personeelsvoorzieningen (1)
In het geval van ziekte en/of arbeidsongeschiktheid moet de gemeente als werkgever maximaal twee jaar het salaris aan de betrokken werknemer doorbetalen. Wanneer zich een geval van ziekte voordoet, waarvoor vervanging nodig is, kost dit de gemeente extra geld. Daarnaast geldt dat er binnen onze organisatie ook een behoorlijke mate van kwetsbaarheid is ten aanzien van specifieke kennis, omdat deze ingevuld worden door zgn. “éénmensfuncties”. Door de gemeenteraad noodzakelijk en wenselijk geachte activiteiten (maar ook de reguliere werkzaamheden) moeten veelal (mede) worden gerealiseerd via inzet van de ambtelijke medewerkers. Om alles tijdig te realiseren moet er evenwicht zijn tussen de te leveren prestaties en de beschikbare menskracht. Het is de taak van ons college om samen met het management dit evenwicht te zoeken en te handhaven. Waar dat niet mogelijk is zullen keuzes onvermijdelijk zijn. Het financieel risico wordt ingeschat op een bandbreedte van € 50.000 tot € 100.000.

Risico’s op eigendommen (2)
Gemeente Bladel wordt ook steeds meer geconfronteerd met toenemende vernielingen aan de gemeentelijke eigendommen. Daar de dader(s) vaak niet meer te achterhalen zijn kunnen de kosten van herstel niet in alle gevallen verhaald worden. Op basis van uitgevoerde risicoanalyses uit het verleden wordt dit incidenteel risico ingeschat op een bandbreedte van € 15.000 tot € 25.000.

Gevolgen waardering activa (3)
Voor sommige vaste activa kan van tevoren vastgesteld worden dat sprake dient te zijn van een restwaarde, omdat een deel van het actief geacht wordt altijd zijn waarde te behouden (tot het moment van verkoop of buitengebruikstelling natuurlijk). Het hanteren van een restwaarde kan voor de langere termijn daarentegen onzekerheden bestaan met financiële consequenties tot gevolg. Om deze onzekerheid weg te nemen willen we hiervoor bij de bepaling van de omvang van het weerstandsvermogen een bedrag opnemen binnen een bandbreedte van € 100.000 tot € 500.000. Het incidentele risicoprofiel schatten wij vooralsnog als ‘laag‘ in. 

Informatiebeveiliging en privacy (4)
Als gemeente hebben we te maken met gegevens en gevoelige informatie van onze inwoners. Zij verwachten dat wij zorgvuldig met deze gegevens omgaan. Gemeente Bladel moet daarom zowel bij intern gebruik als externe uitwisseling van informatie rekening houden met beveiligings- en privacyaspecten. Dat zorgt niet alleen voor betrouwbaarheid, maar ook voor een goede kwaliteit van de bedrijfsvoerings- en dienstverleningsprocessen. 

Wij voeren diverse risico-beperkende maatregelen uit, zoals jaarlijkse toetsing op naleving van wet- en regelgeving middels ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit), het jaarlijks uitvoeren van een risico-inventarisatie en -evaluatie en het uitvoeren van Data Protection Impact Assessments (DPIA’s) om informatiebeveiligings- en privacy risico’s in kaart te brengen en waar mogelijk te verkleinen. Daarnaast stelt de Informatiebeveiligingsdienst ons op de hoogte van (acute) kwetsbaarheden, ontwikkelingen en grootschalige incidenten zodat wij passende maatregelen kunnen treffen. Ondanks deze maatregelen blijft het risico bestaan dat er een informatiebeveiligingsincident of datalek plaatsvindt. (Digitale) informatiebeveiligingsincidenten en datalekken hebben een grote impact op imago, bedrijfsvoering en kunnen behoorlijk wat tijd en geld kosten. Daarom hebben wij een bedrag van € 500.000 als risico opgenomen in de begroting.

Gladheidbestrijding (5)
De gladheidbestrijding is middels een contract ondergebracht bij een aannemer voor de duur van vijf jaren. Gladheidbestrijding is een apart werkveld en het voorspellen van de duur en hevigheid van een winterperiode is erg moeilijk. Tijdens extreme situaties, bijvoorbeeld bij (hevige) sneeuwval in combinatie met strenge vorst, moet dan ook intensiever worden geschoven en gestrooid. Derhalve zijn naast een maandelijkse vergoeding ook eenheidsprijzen in het contract opgenomen met betrekking tot het schuiven en strooien van vooraf bepaalde routes. Bij de beschikbare gestelde middelen wordt uitgegaan van normale winterse omstandigheden, wat per winterseizoen neer komt op 27 maal de vooraf bepaalde routes schuiven en strooien. Op basis hiervan is het budget bij de perspectiefnota 2025 verlaagd. Zodra sprake is van extreme situaties kunnen de meerkosten oplopen doordat vaker dan gemiddeld wordt gestrooid. Om die reden hebben wij een bedrag van € 50.000 als risico opgenomen in de begroting.

Natuurplagen (6)
Door ‘natuurplagen’ (processierupsen, kevers, luizen, rattenplagen, iep- en kastanje ziektes e.d.) zullen er in voorkomende gevallen extra onderhoudswerkzaamheden verricht moeten worden aan het openbaar groen, sportvelden en de bossen. Op basis van eerdere onderhoudswerkzaamheden wordt dit incidenteel risico bepaald binnen een bandbreedte van € 100.000 tot € 120.000. 

Compenserende maatregelen (7)
Bij projecten en werkzaamheden loopt de gemeente het risico op het nemen van compenserende maatregelen. Bij compenserende maatregelen kan gedacht worden aan nadeelcompensatie, planschades, compensatie voor omzetderving of afkoop van contracten/overeenkomsten. Voor dit risico wordt een bedrag van € 200.000 opgenomen in de begroting. 

Actualisatie beheerplannen (8)
Aan de gemeentelijke gebouwen wordt elk jaar dagelijks / correctief / preventief (groot) onderhoud gepleegd. In 2025 is een vastgoedmanagement systeem aangeschaft en ingericht, waarmee de verschillende (administratieve) processen efficiënter en doeltreffender worden uitgevoerd. Verduurzamen speelt hierbij ook een belangrijke rol. Hiervoor is het nodig om in 2026 duurzame meerjaren onderhoudsplannen (DMJOP’s) op te stellen. Daarmee is in 2025 al een start gemaakt.

Aan de hand van het (eind 2025/begin 2026) vast te stellen strategische vastgoedbeleid, maken we een plan hoe we met ons vastgoed omgaan (renovatie,  verkoop,  sloop bijvoorbeeld).

In afwachting van de actualisatie en verwerking van de financiële consequenties in de perspectiefnota 2026 nemen we een bedrag van € 750.000 op in deze risico-inventarisatie. Bij de perspectiefnota 2026/begroting 2027 wordt bekeken of dit risico buiten de berekening van het weerstandsvermogen kan blijven.

Overdracht wethouderspensioenen van APPA naar ABP (9)
Het pensioen voor wethouders is geregeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Vanaf 1 januari 2028 gaan de pensioenen van politieke ambtsdragers over naar het nieuwe pensioenstelsel en wordt het overgedragen aan het ABP. Gemeenten wordt door het VNG geadviseerd hun voorziening hierop tijdig af te stemmen. Gemeente Bladel heeft meegedaan aan een onderzoek naar de omvang van de verwachte overdrachtswaarde van APPA naar het ABP. Op basis van het onderzoek is de omvang van de voorziening wethouder pensioenen van gemeente Bladel in voorliggende jaarrekening verhoogd met € 400.000.

Het ondezoek is gebaseerd op peildatum 1 januari 2025. De overdracht zal plaatsvinden per 1 januari 2028. De hoogte van de overdacht per 1 januari 2028 is nog onzeker. De hoogte van de voorziening wordt o.a. berekend aan de hand van een dekkingsgraad. Bij het onderzoek is uitgegaan van een dekkings van 115,2% (mei 2025). De laatst bekende dekkingsgraad ligt hoger, namelijk 119,9% in maart 2026. Een hogere dekkingsgraad betekent een hoger benodigde voorziening.

De hoogte van voorziening kan de komende jaren nog flucteren, met een eventueel extra dotatie als consequentie. Op basis van het verschil in dekkingsgraad tussen mei 2025 en maart 2026 nemen we een bedrag van € 133.000 op in deze risico-inventarisatie.

Financiële indicatie risico-inventarisatie en -kwantificering

Terug naar navigatie - 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Financiële indicatie risico-inventarisatie en -kwantificering

De omvang van de geïnventariseerde risico’s beweegt zich tussen een bedrag van € 1.898.000 en een bedrag van € 2.378.000 (zie kolom c). Indien alle risico’s zich tegelijk zouden voordoen, gaat het gemiddeld dus om een bedrag van € 2.138.000. Maar de kans hierop is niet erg groot. Uitgaande van de gemiddelde omvang en de geraamde ‘kansen’ bedraagt het totaal aan de nu geïnventariseerde risico’s een aanzienlijk lager bedrag: gemiddeld € 1.114.000, incidenteel.

Overigens suggereren deze bedragen een nauwkeurigheid die zich absoluut niet voordoet; het is de toevallige uitkomst van een kansberekening en niet een met zekerheid te voorspellen uitkomst. In onderstaande tabel is een financiële indicatie opgenomen van de omvang van het risico door de kans te vermenigvuldigen met het gemiddelde effect en is aangegeven of het risico van incidentele dan wel structurele aard is.

nr. omschrijving geraamde kans gemiddeld kans x effect
omvang * effect incidenteel
(bedragen x € 1.000,- 25% 50% 75% (c : 2) (d,e of f x g)
(a) (b) (c) (d) (e) (f) (g) (h)
1 Personeelsvoorzieningen 50-100 x 75 56
2 Risico’s eigendommen 15-25 x 20 15
3 Gevolgen waardering activa 100-500 x 300 75
4 Informatiebeveiliging en privacy 500 x 500 125
5 Gladheidbestrijding 50 x 50 25
6 Natuurplagen 100-120 x 110 55
7 Compenserende maatregelen 200 x 200 100
8 Actualisatie beheerplannen 750 x 750 563
9 Overdracht wethouderspensioenen APPA naar ABP 133 x 133 100
Ondergrens risico’s 1.898
Bovengrens risico’s 2.378
Totaal gemiddelde risico’s 2.138
Totaal na kansberekening 1.114

Weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Weerstandsvermogen

In onderstaand tabel wordt de omvang van het weerstandsvermogen (algemene reserve: exclusief resultaatbestemming) weergegeven:

(bedragen x € 1.000,-) rekening begroting rekening
2024 2025 2025
a. noodzakelijke omvang (voldoende) 2.282 2.282 2.378
b. geïnventariseerde risico's (gemiddeld) 1.630 1.630 1.630
c. stand algemene reserve begin van het jaar 14.255 21.608 21.608
d. stand algemene reserve eind van het jaar 18.739 19.183 20.661
e. algemene reserve (vrije ruimte eind van het jaar): d - a 16.457 16.901 18.283
f. ratio algemene reserve eind van het jaar d / c 8,21 8,41 8,69
g. betekenis uitstekend uitstekend uitstekend

Kengetal en de signaleringswaarde

Terug naar navigatie - 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Kengetal en de signaleringswaarde

Het opnemen van financiële kengetallen de jaarstukken past in het streven naar meer transparantie. Ook geven de kengetallen meer inzicht in de ontwikkeling van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente. Het biedt de mogelijkheid om normen te stellen, net als bij de beoordeling van het weerstandsvermogen gebeurt. We relateren de normering zoveel mogelijk aan normen die door de VNG zijn voorgesteld.

Kengetallen: landelijke risico profielen categorie A categorie B categorie C
1A. Netto schuldquote < 90% van 90% t/m 130% > 130%
1B. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen < 90% van 90% t/m 130% > 130%
2. Solvabiliteitsrisico > 30% van 20% t/m 30% < 20%
3. Grondexploitatie < 20% van 20% t/m 35% > 35%
4. Structurele exploitatieruimte >= 0% 0% < 0%
5. Belastingcapaciteit < 100% van 100% t/m 105% > 105%

Financiële kengetallen

Terug naar navigatie - 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Financiële kengetallen
Kengetallen: streefwaarde Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025
1A. Netto schuldquote < 90% 99% 123% 120%
1B. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen < 90% 96% 120% 117%
2. Solvabiliteitsrisico > 30% 29% 29% 27%
3. Grondexploitatie < 35% 9% 10% 11%
4. Structurele exploitatieruimte >= 0% -3% 3% 3%
5. Belastingcapaciteit < 105% 77% 80% 80%

Om de kengetallen te kunnen duiden is per kengetal een omschrijving opgenomen.

1A. Netto schuldquote
De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten op de exploitatie. In beginsel is een zo laag mogelijke quote het meest gunstig. De netto schuldquote begeeft zich binnen de bandbreedte van categorie B.

1B. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast.

De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen. De netto gecorrigeerde schuldquote begeeft zich binnen de bandbreedte van categorie B.

2. De solvabiliteitsratio
Het solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin het activabezit van de gemeente is afbetaald en in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het betreft het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van het balanstotaal. In feite wordt er naar gekeken in hoeverre, in geval van nood, de verschaffers van het vreemde vermogen kunnen worden betaald.

De solvabiliteitsratio van de jaarrekening 2025 bedraagt 27% en begeeft zich in categorie B.

3. Kengetal grondexploitatie
Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de in exploitatie genomen gronden zich verhoudt tot de totale (geraamde) jaarlijkse baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Voor de berekening van het kengetal grondexploitatie worden bouwgronden in exploitatie gedeeld door de totale baten (exclusief de mutaties reserves) en uitgedrukt in een percentage. De boekwaarden van verliesgevende plannen zijn gebaseerd op de actuele marktwaarde en voor verwachte verliezen zijn voorzieningen getroffen. Het risicoprofiel van de gemeente ten aanzien van grondexploitaties is vrij beperkt. Dit vertaalt zich in een laag kengetal grondexploitatie. 

4. Structurele exploitatieruimte
Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten.

Voor de berekening van het kengetal structurele exploitatieruimte wordt het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves gedeeld door de totale baten (exclusief de mutaties reserves) en uitgedrukt in een percentage.

5. Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. Deze cijfers worden in de jaarlijkse meicirculaire bekend gemaakt. Het kengetal belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in het begrotingsjaar te vergelijken met het landelijke gemiddelde in het jaar daarvoor. Het is de bevoegdheid van uw raad met welke omvang de belastingen worden aangepast. 

Beoordelen samenhang kengetallen

Terug naar navigatie - 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Beoordelen samenhang kengetallen

Uit de beschrijving van de verschillende kengetallen blijkt dat een afzonderlijk kengetal op zich weinig zegt over de financiële positie. Zo hoeft een hoge schuld geen nadelig effect te hebben op de financiële positie. Afhankelijk van wat er aan eigen vermogen en baten tegenover de schuld staat, zal aflossing veel of juist weinig problemen opleveren. Zo hoeft een tegenvallende ontwikkeling geen negatieve invloed te hebben in de situatie dat de vrije structurele exploitatieruimte groot is of als men over voldoende ruimte in belastingcapaciteit beschikt. Het is dus, met andere woorden, niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven over de financiële positie.

De kengetallen van de netto schuldquote zijn de afgelopen jaren flink gestegen. De andere kengetallen bevinden zich rond of aan de ‘goede kant' van de streefwaarde. Hieronder wordt extra ingegaan op de liquiditeitspositie en netto schuldquote van de gemeente.

Liquiditeitspositie
De liquiditeitspositie geeft aan of de gemeente op korte termijn al haar betalingen kan voldoen. Indien er niet voldoende beschikbare kasmiddelen zijn, zal de gemeente extra moeten lenen.

Belangrijk om te weten: bij investeringen is er een groot verschil tussen kapitaallasten en de uitgaande geldstroom. De kosten van de investering worden in de begroting via de kapitaallasten verdeeld, terwijl het geldbedrag (in één keer) direct moet worden betaald. 

De afgelopen jaren zijn een aantal zeer grote projecten uitgevoerd, waaronder de MFA Hart van Hapert, BRUIS en anticiperende grondaankopen. Deze investeringen verhoogden de kasuitgaven. Ook de komende jaren staan grote projecten gepland, zoals de herontwikkeling van sportpark de Smagtenbocht, een binnen- en buitenzwemvoorziening, herinrichting van de N284 en investeringen in huisvesting onderwijs. Deze uitgaven drukken op de liquiditeitspositie en verhogen de schuldquote van gemeente Bladel.

Netto schuldquote
Het kengetal netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de druk van de rentelasten op de exploitatie. In de afgelopen jaren heeft de schuldpositie zich ontwikkeld tot een niveau boven de gestelde streefwaarde. Op basis van de begroting 2026 (en de voorgenomen investeringen) zal de netto schuldquote de komende jaren alleen maar verder stijgen, tot een verhoogd risicoprofiel. 

Een hoge schuldquote betekent dat een groot deel van de gemeentelijke middelen is ‘bezet’ door leningen. Door het aangaan van geldleningen gaat de gemeente meerjarige rente- en aflossingsverplichtingen aan. Meer renteverplichtingen drukken direct op de exploitatie en beperken de financiële speelruimte. Daarnaast kan een hoge schuldquote leiden tot bijvoorbeeld aangescherpte voorwaarden of renteverhogingen bij nieuwe geldleningen.

De gemeenteraad zal de aankomende bestuursperiode grote aandacht moeten hebben voor het bewaken van de liquiditeitspositie. Elke nieuwe investering verschuift de verhouding eigen vermogen (bezittingen) en vreemd vermogen (schulden). Het verhogen van de schuldpositie beïnvloedt de toekomstige investeringsruimte.