4.2 Rekenkamerrapporten

Inleiding

Terug naar navigatie - 4.2 Rekenkamerrapporten - Inleiding

De rekenkamer Kempengemeenten (hierna rekenkamer) voert onderzoeken uit om inzicht te bieden in de prestaties van de gemeente als geheel en waar nodig het formuleren van aanbevelingen voor de toekomst. De taak van de rekenkamer is het toetsen van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur op drie onderdelen:

  1. rechtmatigheid: voldoet de uitvoering aan de wettelijke kaders en regelgeving?
  2. doelmatigheid: is de voorbereiding en uitvoering van beleid efficiënt verlopen?
  3. doeltreffendheid: zijn de beoogde effecten van het beleid ook daadwerkelijk behaald?

De rekenkamer spreekt de ambitie uit dat zij door middel van haar (benchmark)onderzoeken een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van het bestuur van Bladel en dat de resultaten van rekenkameronderzoek een bijdrage leveren aan de versterking van de controlerende, kaderstellende en volksvertegenwoordigende rol van de gemeenteraad. De richtlijnen die de rekenkamer hanteert zijn vastgelegd in het 'Onderzoeksprotocol Rekenkamer Kempengemeenten 2024'. Het doel van dit protocol is om waarborg te bieden voor de kwaliteit van de onderzoeken en voor een goed verloop van het gehele onderzoeksproces. In dit protocol is ook vastgelegd dat de voortgang van de adviezen en conclusies van de rekenkamerrapporten worden meegenomen in de documenten van de planning en controlcyclus (tussenrapportages en jaarrekening), zodat de gemeenteraad jaarlijks kan controleren wat de stand van zaken is. In deze rapportage wordt gerapporteerd over de stand van zaken van de volgende rekenkamerrapporten:

  • Woonbeleid
  • Jeugdhulp in Bladel
  • Burgerinitiatieven
  • Verbonden Partijen

Woonbeleid

Terug naar navigatie - 4.2 Rekenkamerrapporten - Woonbeleid

De rekenkamercommissie heeft een onderzoek uitgevoerd in de gemeente Bladel naar het woonbeleid. Met dit onderzoek beantwoordt de rekenkamercommissie de vraag: "Is het woonbeleid van Bladel doeltreffend? Met andere woorden heeft het door de raad vastgestelde beleid bijgedragen aan de ambities en doelen die de raad heeft vastgesteld ten aanzien van wonen, zowel zoals opgenomen in het vigerende (regionale) beleid als in het inmiddels afgeronde beleid?”

Geconcludeerd wordt dat:

  • huishoudensprognoses en hoge marktdruk de uitvoering van het woonbeleid beïnvloeden;
  • de lokale en regionale woonvisies zich richten op dezelfde doelen;
  • de helft van de doelen niet meetbaar zijn en de resultaten vooral behaald zijn op ‘nieuwbouw-doelen’;
  • ‘korte lijntjes’ een groot voordeel is van een kleine gemeente;
  • belemmering in de uitvoering vooral voorkomt uit beperkte capaciteit en financiële middelen;
  • monitoren van resultaten en bijsturen van doelstellingen om aandacht vragen.

De rekenkamercommissie doet op basis van de conclusies een vijftal aanbevelingen. De gemeenteraad wordt voorgesteld deze aanbevelingen over te nemen en het college te verzoeken hieraan invulling te geven.

  1. Bepaal visie om gemeenteraad en ambtenaren in positie te brengen.
  2. Practice what you preach: zet kernkeuzes om in uitvoering en monitoring.
  3. Programmeer adaptief en zet in op no-regret plannen.
  4. Heb meer aandacht voor middenhuur en het betaalbaar houden van woningen.
  5. Maak meer werk van structurele monitoring inzake de toekomstbestendigheid van de woningvoorraad.

Voortgang adviezen & conclusies
Zomer 2024 is de Kempische visie op wonen 2024-2028 vastgesteld door de raad. In het najaar van 2024 zijn bijbehorend uitvoeringsplan en lokale aanvulling (Bladels toetsingskader woningbouw) aangeboden. In de nieuwe woonvisie is aandacht voor het betaalbaar houden van woningen.

Inzetten op verbeteren van de monitoring is één van de punten uit het uitvoeringsprogramma. Ondertussen werken we met een online programma voor het woningbouwprogramma. Dit levert een positieve bijdrage in de monitoring. Met een actievere grondpolitiek hebben we grondposities verworven ten behoeve van woningbouw. In alle vijf de kernen hebben we posities waar de gemeente zelf aan zet is. Dit zijn no-regret locaties waar we zelf de regie over hebben.

Burgerinitiatieven

Terug naar navigatie - 4.2 Rekenkamerrapporten - Burgerinitiatieven

De rekenkamer heeft een onderzoek uitgevoerd naar de gemeentelijke ervaringen met burgerinitiatieven. Met dit onderzoek beantwoordt de rekenkamer de vraag: "Welke ervaringen heeft de gemeente Bladel sinds de vaststelling van de vigerende nota opgedaan met overheidsparticipatie en welke lessen zijn daaruit te trekken voor de komende jaren?" 

Geconcludeerd wordt dat:

“Met het vaststellen van de Participatienota in 2021 heeft Bladel een belangrijke stap gezet naar een goed onderbouwd en volwassen participatiebeleid. Binnen dit beleid is ook aandacht voor het ondersteunen van initiatieven uit de samenleving. Na 2021 is er weinig aandacht geweest voor de doorontwikkeling van het beleid. De participatieverordening in het kader van de omgevingswet is nog niet vastgesteld. Uitwerking in randvoorwaarden en procedures ontbreekt. Er zit nog veel ruimte in het beleid, ruimte die door betrokken ambtenaren naar eigen inzicht ingevuld kan worden. Over het algemeen zijn de ervaringen van zowel medewerkers van de gemeente als inwoners van Bladel die betrokken zijn bij initiatieven overigens wel positief. Verschillende initiatiefnemers zien ruimte voor verbetering, met name als het gaat om het missen van een gestructureerde werkwijze als om het ondersteunen van burgerinitiatieven. De algemene indruk is dat de gemeente Bladel openstaat voor initiatieven uit de samenleving, maar dat de werkwijze voor ondersteuning burgerinitiatieven binnen de gemeente Bladel niet is geformaliseerd. Eventuele ondersteuning hangt van verschillende, soms toevallige omstandigheden af. Er is sprake van zowel bestuurlijke als politieke steun voor een participatiebeleid waarin de ruimte wordt geboden aan initiatieven uit de samenleving. Er is een grote bereidheid om die vanuit de gemeente actief te ondersteunen, mits de doelen van die initiatieven aansluiten bij die van de gemeente. Omdat duidelijke kaders en richt-lijnen ontbreken, is dit niet altijd duidelijk. Bovendien is er geen sprake van geregelde en vastgelegde evaluaties van de ondersteuning van initiatieven. De raad ontvangt geen algemene overzichten van de bijdrage van de gemeente en de opbrengsten daarvan. Om te waken tegen willekeur of ondersteuning van ‘the usual suspects’ zou er mee kunnen worden volstaan dat het college de raad met enige regelmaat informeert over aanvragen voor ondersteuning en de opvolging daarvan. Op die manier kunnen raadsleden zelf een beeld vormen van de veelzijdigheid in aanvragen, of het eventuele gebrek daaraan. Een betere vastlegging kan ook bijdragen aan het interne leervermogen van de organisatie om het beleid en de praktijk met burgerinitiatieven in de toekomst te versterken. De rekenkamer stelt vast dat een nauwgezette en gedocumenteerde toetsing van initiatiefaanvragen nauwelijks plaatsvindt. De rekenkamer heeft vastgesteld dat bij gebrek aan algemene kaders en richtlijnen ook nauwelijks toetsing kan plaatsvinden.” 

De rekenkamer doet op basis van de conclusies aanbevelingen. De gemeenteraad besluit 6 aanbevelingen over te nemen waarbij het college is verzocht hieraan invulling te geven, en de raad over de voortgang ervan te informeren.

Aanbevelingen aan het college van B&W
1.    Geef aandacht aan de verdere uitwerking van de Nota Participatiebeleid. Stel op basis daar-van kaders en richtlijnen vast voor het ondersteunen van initiatieven in de samenleving en maak deze eenvoudig toegankelijk. Gebruik de nota mede om een participatieverordening voor te bereiden.
2.    Geef het ambtelijk apparaat een duidelijke werkwijze en kaders mee bij het ondersteunen van burgerinitiatieven om de afhankelijkheid van de specifieke betrokken ambtenaar kleiner te maken.
3.    Zorg voor een duidelijke (formele) ingang voor burgers met ideeën bij de gemeente, dit om willekeur welke burgerinitiatieven wel en niet ondersteund worden te voorkomen.
4.    Ga over de kaders en richtlijnen vooraf ook het gesprek met de raad aan.
5.    Besteed binnen de organisatie meer aandacht aan het vastleggen van ervaringen met initiatie-ven en gebruik deze inzichten om het beleid te evalueren en zo nodig te versterken.
6.    Versterk de informatievoorziening door een jaarlijks overzicht aan de gemeenteraad te ver-strekken van de aangevraagde en ondersteunde initiatieven en de gerealiseerde opbrengsten.
Aanbevelingen aan de gemeenteraad
1.    Voer in de raad het gesprek over de uitwerking van de Nota Participatiebeleid en de daaruit af te leiden kaders en richtlijnen voor concrete initiatieven.
2.    Benut het jaarlijks overzicht van aangevraagde en ondersteunde initiatieven om tot een oordeel te komen of de bijdragen van de gemeente voldoende aansluiten bij de wensen in de gemeenschap.

Voortgang adviezen & conclusies (college van B&W)
De startnotitie participatiebeleid en -verordening is op 25 september 2025 vastgesteld door de gemeenteraad. In de startnotitie is een tijdsplanning opgenomen voor het opstellen van een nieuw participatiebeleid en een participatieverordening. De adviezen van de rekenkamer zullen hierin mee worden genomen. Daarnaast bevat de startnotitie bevat een jaaroverzicht met de belangrijkste participatietrajecten van 2024. De vaststelling van het participatiebeleid en de participatieverordening door de gemeenteraad staat gepland voor september 2026, waarna met de uitvoering kan worden gestart.

Sinds 1 januari 2025 is de Wet versterking participatie op decentraal niveau van kracht. Deze wet wijzigt artikel 150 van de Gemeentewet en stelt een participatieverordening per 1 januari 2027 verplicht. Het uitdaagrecht wordt door deze wijziging ook wettelijk verankerd. Hiermee wordt eveneens rekening gehouden.

Jeugdhulp in Bladel

Terug naar navigatie - 4.2 Rekenkamerrapporten - Jeugdhulp in Bladel

De Rekenkamer Kempengemeenten heeft een onderzoek uitgevoerd naar jeugdhulp in de Kempen-gemeenten, waaronder in gemeente Bladel. Met dit onderzoek beantwoordt de rekenkamer de vraag: Is er sprake van doeltreffende en doelmatige jeugdhulp in de Kempengemeenten en wordt er goed voorgesorteerd op de afspraken uit de Hervormingsagenda Jeugd?

Geconcludeerd wordt dat:

•    De beleidsdocumenten bevatten doelstellingen en indicatoren, maar deze moeten nog verder geconcretiseerd worden én worden voorzien van meetinstrumenten en streefwaarden.
•    Er wordt intensief samengewerkt op verschillende niveaus in de regio. Het vraagt veel af-stemming om de samenwerking (blijvend) soepel te laten verlopen.
•    De afspraken uit de Hervormingsagenda Jeugd worden regionaal en lokaal vertaald in beleid en uitvoering.
•    Er is veel kennis en expertise in het CJG+, maar ook discussie over de administratieve verta-ling van de inhoud.
•    Het zorggebruik in de jeugdzorg neemt in absolute en relatieve zin af in de periode 2021-2023, en ligt lager dan in de rest van Nederland.
•    De gemeente gaat per saldo minder uitgeven aan jeugd in 2025-2027.
•    De kosten voor de uitvoering stijgen bij de GRSK met 20%.
•    Nader onderzoek naar de doelgroep is nodig om goed inzicht te krijgen in waarom de bijra-ming van de middelen voor de GRSK noodzakelijk was.
•    Er is cijfermatig een aardig beeld, maar aan het meten van effect in de samenleving (bijvoor-beeld door cliëntervaringsonderzoek) moet nog gewerkt worden.
•    Er is een uitgebreide informatievoorziening, maar toch krijgt de raad weinig grip op het thema.
•    De raad voelt zich niet goed geëquipeerd in de rol van kadersteller en controleur.
•    Er is geen samenwerking of afstemming met andere raden in de regio.

De rekenkamer doet op basis van de conclusies aanbevelingen. De gemeenteraad besluit 6 aanbeve-lingen over te nemen waarbij het college is verzocht hieraan invulling te geven, en de raad over de voortgang ervan te informeren.

Aanbevelingen aan het college van B&W
1.    Formuleer scherpe doelstellingen, indicatoren, meetinstrumenten en streefwaarden.
2.    Verbind de verschillende beleidsstukken nadrukkelijk met elkaar, in beleid en uitvoering.
3.    Ga met Samen voor Jeugd en (een vertegenwoordiging van) maatschappelijke partners om tafel om de administratieve vertaling van de inhoud te stroomlijnen.
4.    Richt een degelijke effectmeting in en betrek hierin cliëntervaring.
5.    Betrek de gemeenteraad bij het inrichten van de informatievoorziening.

Aanbevelingen aan de gemeenteraad
1.    Formuleer scherpe doelstellingen, indicatoren, meetinstrumenten en streefwaarden.
2.    Initieer een regionaal platform voor raadsleden.

Voortgang adviezen & conclusies (college van B&W)

Ten aanzien van:

  • Doelen, indicatoren, meetinstrumenten & streefwaarden
  • Betrekken gemeenteraad bij inrichten informatievoorziening
  • Effectmeting en betrekken clientervaring
  • Aan elkaar verbinden van verschillende beleidsstukken

Het nieuwe Meerjarenbeleidskader (MJBK) Jeugd de Kempen 2026-2029 (dat eind 2025 is vastgesteld door de gemeenteraad in Bladel) maakt een concretiseringsslag t.a.v. de doelstellingen en indicatoren. Tevens houden we in de uitwerking ervan, dus het uitvoeringsplan, rekening met regionale plannen (Meerjarenplan Samen voor Jeugd) en lokale plannen (bijvoorbeeld Brede Visie Welzijn). We hebben de gemeenteraad aan de voorkant bevraagd op thema’s en doelstellingen voor het nieuwe MJBK, middels het Kempencongres in maart 2025 en een MentiMeter. Hierin is ook de vraag teruggekomen hoe de gemeenteraad wenst gerapporteerd te worden over de doelstellingen van het MJBK (de informatievoorziening). Deze informatievoorziening gaat ook over informeren over de inhoudelijke taakuitvoering. Die vraag is eveneens meegenomen en daartoe zijn in het voorjaar van 2025 twee raadsbijeenkomsten georganiseerd: de raadsinformatiebijeenkomst MD/GRSK voor gemeente Bladel en een regionale raadsbijeenkomst over het Meerjarenplan/opgaves Samen voor Jeugd. We zien het als aandachtspunt om in de informatievoorziening richting de gemeenteraad een duidelijke koppeling te maken met de inhoudelijke doelstellingen uit het MJBK.

De afdeling Maatschappelijke Dienstverlening van de GRSK voert de clientervaringsonderzoeken uit namens de vier Kempengemeenten. De nieuwe aanbesteding die de afdeling MD heeft opgestart in 2025 is inmiddels afgerond. Het doel is om met name in te zetten op het vergroten van het bereik (respondenten jeugdhulp) door de vragenlijsten in te korten, jeugdigen zelf te benaderen met bijvoorbeeld een (ansichts)kaart i.p.v. een brief thuis, een incentive toe te voegen en beter te kijken wie wanneer de vragenlijst ontvangt. Ook de inhoud van de vragenlijst is waar nodig aangepast. Dit zijn acties die voor het jeugdhulp CEO over de jaren 2025 en 2026 worden ingezet. Verder hebben we (gemeenten en GRSK) in kaart gebracht welke aanvullende acties nog meer ingezet zouden kunnen worden om de respons te verhogen, wanneer de ingezette verbeteracties niet leiden tot de gewenste verhoging in het responspercentage.

Wat betreft uitbreiding van jongerenparticipatie (bijvoorbeeld de verkenning naar een jeugdgemeenteraad) hebben we, naast al bestaande initiatieven zoals Speaking Minds en jongerenraden op het VO, nog geen concrete verdere stappen gezet. Daarover kan dus nog geen verdere ontwikkeling worden gedeeld.

Ten aanzien van administratieve vertaling van de inhoudDit is een blijvend aandachtspunt en komt terug in bestaande terugkerende (regionale) overlegstructuren. Bijvoorbeeld het uitvoeringsoverleg Samen voor Jeugd waar wij als Kempengemeenten aan deelnemen en waarin op regionaal niveau de uitvoering met elkaar spreekt om zoveel mogelijk op dezelfde manier te werken, ook richting de aanbieders. Op niveau van de Kempen streven we ernaar om zo veel als mogelijk op eenzelfde wijze uitvoering te geven aan de interpretatie van de PDC (product dienst catalogus). De regionale richtlijnen PDC voor toegangsteams en onze eigen werkprocessen die regelmatig worden geüpdatet zijn hierbij helpend. Als het gaat om verschillende beelden die er heersen tussen jeugdhulpaanbieders en de Kempengemeenten is het van belang om in gesprek te blijven met elkaar.

Verbonden partijen

Terug naar navigatie - 4.2 Rekenkamerrapporten - Verbonden partijen

De rekenkamer heeft een onderzoek uitgevoerd naar verbonden partijen in de Kempen. Met dit onderzoek beantwoordt de rekenkamer de vraag: " Hoe kan efficiënt en doelmatig grip worden gehouden op (de afspraken met de) verbonden partijen?”

Geconcludeerd wordt dat:

  • De concept Nota Verbonden Partijen is nog niet vastgesteld, maar deze biedt een goede richtlijn voor het omgaan met verbonden partijen.
  • In de concept Nota Verbonden Partijen zijn verschillende sturingsinstrumenten opgenomen die in de praktijk onvoldoende worden gebruikt.
  • De aandacht vanuit de raad voor verbonden partijen is flink toegenomen. Desondanks zijn raadsleden zoekende naar instrumenten en hun rol om te kunnen (bij)sturen.
  • Er wordt weinig samengewerkt of afgestemd tussen raden in de regio.

De rekenkamer doet op basis van de conclusies een vijftal aanbevelingen. De gemeenteraad besluit deze aanbevelingen over te nemen.

  1. College: Zorg dat de Nota Verbonden Partijen wordt uitgewerkt, vastgesteld en geïmplementeerd (en vooral ook doorleeft door raadsleden).
  2. College en raad: Zorg voor een sterkere inhoudelijke verantwoording over verbonden partijen.
  3. College en raad: Onderzoek de mogelijkheden voor rapporteurschap en regionale adviescommissies.
  4. Raad: Prioriteer de aandacht en maak gebruik van de governancedashboards.
  5. Raad: Zet in op samenwerking in de (sub)regio, bijvoorbeeld door een werkgroep per verbonden partij.

Voortgang adviezen & conclusies
Specifiek aanbeveling 1. is in handen van het college gesteld. We gaan hier in 2026 mee aan de slag.