In de paragrafen worden onderwerpen die versnipperd in de begroting staan bij elkaar in beeld gebracht. Het gaat met name om de beleidslijnen voor beheersmatige aspecten, die grote financiële gevolgen kunnen hebben voor het realiseren van de (hoofd)taakvelden. Zij geven een horizontale dwarsdoorsnede van de begroting. De paragrafen zijn bedoeld om extra informatie te geven voor de beoordeling van de financiële positie op de korte en lange(re) termijn.
4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Terug naar navigatie - 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Weerstandsvermogen en risicobeheersingDe doelstelling van de paragraaf weerstandsvermogen is een zodanig inzicht te verschaffen dat op een verantwoorde wijze de hoogte van het vrij aanwendbare vermogen kan worden bepaald. Het weerstandsvermogen is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te kunnen vangen teneinde zijn taken te kunnen voortzetten. Anders gezegd: beschikt de gemeente over het vermogen om financiële tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat het beleid behoeft te worden aangepast. Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de gemeente Bladel voor het begrotingsjaar, maar ook voor de meerjarenraming.
Om een juist beeld van de financiële positie van de gemeente te verkrijgen is het noodzakelijk dat het ook helder is met welke risico’s de gemeente nog kan worden geconfronteerd. Het gaat hierbij om mogelijke uitgaven c.q. inkomsten waarvan de hoogte op voorhand niet kan worden vastgesteld. Voor zover risico’s wel financieel vertaald kunnen worden, zullen daarvoor bedragen van het eigen vermogen dienen te worden afgezonderd. Waar mogelijk zijn voor potentiële risico’s al voorzieningen getroffen. Deze blijven hier dan ook verder onvermeld.
Primair dienen risico’s uiteraard zoveel mogelijk te worden beperkt of te worden voorkomen door zorgvuldigheid van procedures. Het is van belang om periodiek een zo breed mogelijke analyse van de risico's te maken welke de financiële zelfstandigheid van de gemeente in gevaar kunnen brengen. Onder risico wordt in dit verband verstaan ‘een niet door de gemeente te beïnvloeden gebeurtenis, onvoorspelbaar en onafwendbaar indien deze zich voordoet, met veelal financiële of materiële gevolgen die niet specifiek af te dekken zijn’.
Voor elk risico is een inschatting gemaakt van de kans dat de aangegeven gebeurtenis zou kunnen optreden. Hierbij worden drie categorieën onderscheiden, namelijk ‘laag’, ‘midden’ en ‘hoog’. Gesproken wordt van een ‘laag’ risicoprofiel indien de kans gemiddeld voor 25% zou kunnen optreden. Een ‘midden’ risicoprofiel beweegt zich op 50% en een ‘hoog’ risicoprofiel op gemiddeld 75%. Anders gezegd, een kwalificatie met ‘hoog’ impliceert dat het al bijna noodzakelijk is om voor dat risico een voorziening te treffen. Vervolgens is een financiële indicatie opgenomen van de omvang van het risico door de kans te vermenigvuldigen met het gemiddelde effect en is aangegeven of het risico van incidentele dan wel structurele aard is.
Financiële indicatie risico-inventarisatie en -kwantificering
Terug naar navigatie - 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Financiële indicatie risico-inventarisatie en -kwantificeringIn onderstaande tabel is een financiële indicatie opgenomen van de omvang van de risico’s.
Risico herstelcentrum
Sinds juli 2024 is in de Kempen een herstelcentrum voor mensen met psychische kwetsbaarheid ontwikkeld, dat regionaal gesubsidieerd wordt. Deze subsidie vervalt eind 2026. De kosten voor het in stand houden van het herstelcentrum zijn daarom in deze perspectiefnota opgenomen (paragraaf 3.7).
Wanneer de gemeenten (Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel – De Mierden) het herstelcentrum niet (of deels) financieren, zal de voorziening in deze vorm (deels) wegvallen. Dit leidt in meer of mindere mate tot een toename van geïndiceerde Wmo-voorzieningen, net name dagbesteding. Momenteel is het herstelcentrum 5 dagen per week open en nemen dagelijks 61 personen voor gemiddeld 1,7 dagdeel deel aan de indicatievrije dagbesteding van het herstelcentrum. 52% van de deelnemers van het herstelcentrum komen uit Bladel. Hierdoor wordt geschat dat de kosten voor geïndiceerde dagbesteding bij volledig wegvallen van de voorziening voor gemeente Bladel kunnen oplopen tot € 824.000.
| nr. | omschrijving | geraamde | kans | gemiddeld | kans x effect | kans x effect | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| omvang * | effect | incidenteel | structureel | |||||
| (bedragen x € 1.000,-) | 25% | 50% | 75% | (c : 2) | (d,e of f x g) | (d,e of f x g) | ||
| Ondergrens risico’s o.b.v. jaarstukken 2025 | 1.898 | |||||||
| Bovengrens risico’s o.b.v. jaarstukken 2025 | 2.378 | |||||||
| Totaal gemiddelde risico’s | 2.138 | |||||||
| Totaal na rekening 2025 na kansberekening | 1.114 | |||||||
| Mutaties perspectiefnota 2026 | ||||||||
| Ondergrens risico’s | 1.898 | |||||||
| Bovengrens risico’s | 2.378 | |||||||
| Totaal gemiddelde risico’s | 2.138 | |||||||
| Totaal na perspectiefnota 2026 na kansberekening | 1.114 | |||||||
Weerstandsvermogen
Terug naar navigatie - 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - WeerstandsvermogenDe ratio weerstandsvermogen c.q. algemene reserve wordt uitgedrukt als de verhouding tussen de algemene reserve en het gemiddelde van de geïnventariseerde risico’s. De gewenste omvang van het weerstandsvermogen wordt bepaald op klasse C (voldoende).
De ratio weerstandsvermogen (c.q. de algemene reserve) wordt ten opzichte van de prognose in de begroting voor 2026 (inclusief resultaatbestemming jaarrekening 2025) bijgesteld. De omvang van het weerstandsvermogen is gedurende de gehele planperiode meer dan voldoende om hiermee onze risico's op te kunnen vangen. In het meerjarig verloop is echter wel een sterke afname van de omvang te zien. Dit komt door een aantal voorgenomen bestedingsvoorstellen, met name in de planjaren 2029 en 2030.
Ten aanzien van de geraamde stand van de algemene reserve willen wij - met nadruk- niet onvermeld laten dat het vooralsnog geprognosticeerde resultaten betreft. Daadwerkelijke bestedingsvoorstellen dienen steeds beoordeeld te worden aan de werkelijke gerealiseerde resultaten. In de vastgestelde nota’s weerstandsvermogen en risicomanagement en reserves en voorzieningen is bepaald dat bestedingsvoorstellen ten laste van de algemene reserve slechts zijn aan te bevelen, wanneer er middelen resteren boven de omvang van de risicoprofielen.
Het meerjarig geprognosticeerde verloop van de algemene reserve kan, rekening houdende met de geraamde mutaties, als volgt weergegeven worden:
| (bedragen x € 1.000,-) | begroting 2026 | begroting 2027 | begroting 2028 | begroting 2029 | begroting 2030 |
|---|---|---|---|---|---|
| a. noodzakelijke omvang (voldoende) | 2.378 | 2.378 | 2.378 | 2.378 | 2.378 |
| b. geïnventariseerde risico's (gemiddeld) | 1.630 | 1.630 | 1.630 | 1.630 | 1.630 |
| c. stand algemene reserve begin van het jaar | 18.565 | 16.426 | 15.279 | 15.279 | 6.767 |
| d. stand algemene reserve eind van het jaar | 16.426 | 15.279 | 15.279 | 6.767 | 6.767 |
| e. algemene reserve (vrije ruimte eind van het jaar): d - a | 14.048 | 12.901 | 12.901 | 4.389 | 4.389 |
| f. ratio algemene reserve eind van het jaar d / c | 6,91 | 6,43 | 6,43 | 2,85 | 2,85 |
| g. betekenis | uitstekend | uitstekend | uitstekend | uitstekend | uitstekend |