Voorwoord

Wat is opgenomen in de perspectiefnota?

Terug naar navigatie - Wat is opgenomen in de perspectiefnota?

Hierbij bieden wij u de perspectiefnota 2024 aan. Een zo compact mogelijk voorstel van de kaders waarbinnen wij de begroting 2025 moeten maken. In de termen van de beleidsklok zou u het een Keuzenotitie kunnen noemen. De perspectiefnota is te benaderen via https://bladel.begrotingsapp.nl/.
Een perspectiefnota is, naast actualisatie van de huidige begroting, ook op de toekomst gericht. Hij wordt in enkele maanden aan het begin van het ene jaar gemaakt voor het hele volgende jaar. Niemand kent de toekomst en het is elk jaar een opgave om deze toekomst zo goed mogelijk in te schatten en waarbij Nederland voor grote opgaven staat: veel woningen bijbouwen, de stikstofuitstoot naar beneden brengen en de uitstoot van broeikasgassen fors reduceren. Voor deze opgaven zijn grote investeringen nodig en verregaande samenwerking tussen rijk, waterschappen, provincies en gemeenten. Voor deze samenwerking en het doen van investeringen is wel een financieel fundament nodig. Juist dat lijkt nu (nog) te ontbreken: er heerst onzekerheid over de financieringssystematiek voor de gemeente(n) vanaf 2026, en er ontbreken (financiële) spelregels voor het delen van risico’s en het gezamenlijk sturen op doelen. 

Onzekerheid nog steeds troef
Het lijkt eentonig te worden. De afgelopen jaren was het ook in het voorjaar onzeker hoe de financiële vooruitzichten voor de komende jaren zouden zijn. De gemeente is voor onze inkomsten voor een belangrijk deel afhankelijk van de uitkeringen uit het gemeentefonds. Kabinet Rutte IV heeft bij de Voorjaarsnota 2023 eenzijdig een nieuwe financieringssystematiek aangekondigd: het rijk wil voortaan het accres koppelen aan de gemiddelde groei van het BBP over de afgelopen 8 jaar – een percentage van ongeveer 1,6% - 1,8%. Vooruitlopend daarop is het gemeentefonds gekort met ongeveer € 2,2 miljard. Voor onze gemeente betekende dat een korting van circa € 2,2 miljoen.

Er is op het moment van afronden van deze perspectiefnota ook nog geen nieuw kabinet. Een lange formatie kan zelfs betekenen dat we ook bij het opstellen van de begroting 2025–2028 nog geen duidelijkheid hebben over het financieel perspectief vanaf 2026, door onduidelijkheid over de nieuwe financieringssystematiek. Deze korting heeft overigens geen enkele onderbouwing (het is niets anders dan een bezuiniging op de rijksbegroting). Mede door deze onduidelijkheid kleurt de gemeentelijke begroting, zoals hiervoor geschetst, vanaf 2026 en verder rood. De vraag die hierbij opkomt is of we in staat blijven om grote maatschappelijke opgaven, zoals de energietransitie en woningbouw te realiseren en de taken binnen het sociaal domein uit te voeren. Het gebrek aan geld is niet de enige bedreiging voor lokale overheden en dus ook voor onze gemeente. Het tekort aan personeel maakt het voor de gemeente nu al lastig om de reguliere taken uit te voeren, laat staan de vele taken die nog op ons afkomen. Daarnaast is er over het geld dat wel richting de gemeente komt vaak tot het laatste moment onzekerheid. De taken en opgaven van de gemeente nemen toe, terwijl de financiële middelen afnemen.

Een andere financiële onzekerheid waar gemeenten tot medio april 2024 mee te maken hadden, de opschalingskorting, is door het rijk weggenomen in de Voorjaarsnota (gepubliceerd op 15 april 2024). De opschalingskorting werd in 2015 geïntroduceerd vanwege het verwachte efficiencyvoordeel dat gemeenten zouden realiseren door te fuseren tot gemeenten met meer dan 100.000 inwoners. Het plan om grotere gemeenten te creëren is echter niet of slechts beperkt gerealiseerd. Er was brede erkenning dat deze korting geen onderbouwing kent. Daarom heeft het vorige kabinet besloten om de korting tot en met 2025 te schrappen. Echter keerde de korting vanaf 2026 weer volledig terug, omdat het vorige kabinet niet over haar graf heen wilde regeren. In de Voorjaarsnota van het rijk is nu bekend gemaakt dat de korting structureel geschrapt wordt. Voor onze gemeente leidt dit tot een structureel voordeel van circa € 670.000,- vanaf 2026. Helaas vraagt het rijk hiervoor wel een prijs, een eenmalige korting van ditzelfde bedrag in 2025. 

Te nemen maatregelen om het meerjarenperspectief te verbeteren
We hebben in de perspectiefnota, op basis van de geactualiseerde verdeelmaatstaven, reeds geanticipeerd op de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Eventuele gevolgen van de mogelijke bijstellingen van de aangekondigde nieuwe financieringssystematiek zijn hier vanzelfsprekend nog niet in meegenomen. Voorlopig komt er nog geen duidelijkheid over dit financiële knelpunt. De onzekerheid is en blijft voorlopig groot, onder andere doordat er nog geen nieuw kabinet is en er dreigende bezuinigingen op ons afkomen. Een volgend kabinet moet zich rekenschap geven van het feit dat deze korting reële gevolgen gaat hebben voor de gemeente(n): investeringen worden uitgesteld of geannuleerd en er zal bezuinigd moeten worden op de uitvoering van vrijwel alle gemeentelijke taken als deze korting niet worden hersteld.  Als het nieuwe kabinet vasthoudt aan de ingeboekte korting dan dreigen ook grote maatschappelijke opgaven vertraging op te lopen. Het is dan noodzaak om gezamenlijk (raad, college, MT en ambtelijke organisatie) te kijken welke taken nog binnen de beschikbare middelen kunnen worden uitgevoerd en op welke wijze. Anders moeten we noodgedwongen bezuinigingen in gang gaan zetten op woningbouw, zorg, beheer en onderhoud en andere belangrijke zaken. 

Hoewel er nog steeds grote onzekerheid is over de inkomsten die we van het rijk gaan ontvangen staan we nu al voor de keuze om maatregelen te nemen die positieve invloed op het meerjarenperspectief kunnen en zullen moeten hebben. Wellicht moet het nieuwe beleid daarbij ook opnieuw tegen het licht gehouden worden! Na opnieuw prioriteren / heroverwegen van de huidige lasten kan voor de volgende maatregelen worden gekozen:
a.    bezuinigingen op autonome taken
b.    bezuinigingen op medebewindstaken
c.    (deels) dichten door het verhogen van de OZB
d.    (deels) dichten door het verhogen van de toeristenbelasting
e.    een combinatie van bovenstaande

 

Bij de meicirculaire 2024, welke naar verwachting eind mei 2024 verschijnt, worden we weer opnieuw geïnformeerd over de hoogte van de algemene uitkering. Wanneer de meicirculaire er is weten we met meer zekerheid hoeveel geld er in het vat zit voor de gemeenten. Indien de meicirculaire financieel tegenvalt, is er (naast bovenstaande opties) nog een optie om eventuele structurele tekorten in 2025 te dekken, namelijk de inzet van de algemene reserve. Normaliter is het niet toegestaan om structurele tekorten op te vangen met de algemene reserve. Gezien de huidige financiële positie van gemeenten kunnen zij, dankzij een nieuwe maatregel, vanaf 2024 reserves en overschotten inzetten voor het dekken van structurele lasten. Hier zijn voorwaarden aan verbonden, maar gezien het surplus van de algemene reserve en de solvabiliteit van de gemeente Bladel is er de mogelijkheid hiervan gebruik te maken. De gemeente heeft zelf de vrijheid om te kiezen of zij hier gebruik van maakt, maar alertheid is geboden. De maatregel is namelijk geen oplossing om de structurele tekorten vanaf ravijnjaar 2026 op te lossen, maar kan helpen bij actuele knelpunten. 

Conclusie

Terug naar navigatie - Conclusie

Met deze perspectiefnota heeft u het totaalbeeld van het meerjarenperspectief. Per hoofdtaakveld geven wij u in de volgende hoofdstukken een overzicht van de budgettaire ontwikkelingen. In deze perspectiefnota zijn ten aanzien van de budgetten de belangrijkste (dreigende) tekorten of overschotten op jaarbasis 2024 geanalyseerd. Overige afwijkingen zijn op dit moment buiten beschouwing gelaten en komen bij de najaarsnota of bij de jaarstukken aan de orde. Er is derhalve nog sprake van onzekerheden die bij de jaarstukken uiteraard nog leiden tot aanvullende afwijkingen.

De voorlopige conclusie is dat op het financieel meerjarenperspectief door de doorwerking van de autonome ontwikkelingen (extra loon- en prijsstijgingen) een groot beslag gelegd wordt. In de perspectiefnota is ook een groot pakket van nieuwe en gewijzigde wensen opgenomen met flinke financiële consequenties (zie meerjarenprogramma). Daarnaast zijn er aanzienlijke extra budgetverruimingen opgenomen voor gemeenschappelijke regelingen. Budgetverruimingen die de reguliere loon- en prijsstijgingen ver te boven gaan. Wij spreken daarom onze nadrukkelijke zorgen uit over de steeds uitdijende begrotingen van gemeenschappelijke regelingen in zijn algemeenheid, maar in bijzonder de begrotingen van de Samenwerking Kempengemeenten, KempenPlus en de ODZOB. Gelukkig is de omvang van de algemene reserve (weerstandsvermogen) nog meer dan voldoende om hiermee onze risico's op te kunnen vangen.

Deze perspectiefnota is onder bijzondere omstandigheden tot stand gekomen. Vanwege de lange kabinetsformatie was het ten tijde van het opstellen van deze nota in grote mate nog onduidelijk in hoeverre de nieuwe kabinetsplannen tot wijzigingen in de financiële situatie gaan leiden. Het college heeft gemeend niet op de feiten vooruit te moeten lopen, en slechts te doen wat noodzakelijk is, in afwachting van de richting en middelen die het kabinet mee geeft. Gelukkig hebben we zekerheid gekregen over het schrappen van de opschalingskorting vanaf 2026. Desalniettemin is er nog veel financiële onzekerheid vanaf 2026. We hebben ons daarom vooral gefocust op planjaar 2025 als de opmaat naar de begroting 2025. Helaas worden we op basis van de Voorjaarsnota van het rijk eenmalig met € 670.000,- gekort in 2025. Deze informatie hebben we pas ontvangen ten tijde van de afrondingsfase van deze perspectiefnota, waardoor het beeld voor planjaar 2025 plots veranderde en het structurele begrotingssaldo flink afnam. Planjaar 2025 sluit met een structureel overschot van € 105.000,-. Dit biedt ons weinig ruimte om eventuele tegenvallende inkomsten van het rijk voor planjaar 2025 uit de komende meicirculaire 2024 op te kunnen vangen. Afhankelijk van de uitkomsten van de meicirculaire (verschijnt naar verwachting eind mei) zullen maatregelen genomen moeten worden om het perspectief voor 2025 te verbeteren, zodat een structureel sluitende begroting voor 2025 aangeboden kan worden.

Vanaf 2026 slaat het perspectief om naar structurele tekorten. Als het nieuwe kabinet vasthoudt aan de hiervoor genoemde ingeboekte korting voor de jaren vanaf 2026, dan dreigen grote maatschappelijke opgaven vertraging op te lopen. Het is dan noodzaak om gezamenlijk (raad, college, MT en ambtelijke organisatie) te kijken welke taken vanaf 2026 en verder nog binnen de beschikbare middelen kunnen worden uitgevoerd en op welke wijze. Ook zullen we dan niet aan ontkomen om bezuinigingen in gang te gaan zetten op woningbouw, zorg, beheer en onderhoud en andere belangrijke zaken. Nadat er duidelijkheid gekomen is wat de nieuwe kabinetsplannen voor onze gemeente met zich zal brengen dan zullen wij, indien het kabinet vasthoudt aan de ingeboekte korting, t.z.t. een plan van aanpak opstellen, om weer te komen tot een evenwichtige balans tussen financiële mogelijkheden en onze ambities. Op basis hiervan zal ons college dan samen met uw raad weer een pakket van ombuigingsvoorstellen moeten vaststellen met als doel om weer te komen tot een sluitende meerjarenraming. Vanzelfsprekend hopen wij dat het niet zover komt.

Wij willen het beleid voortzetten om te werken vanuit een stabiel financieel kader, zoals dat nu voorligt. Uw raad wordt gevraagd deze financiële stabiliteit mee vorm te geven. Wij verwachten dat u met deze nota verdere invulling kunt geven aan uw controlerende en kaderstellende rol.

Burgemeester en wethouders van Bladel
de secretaris,                                                   de burgemeester,

R.W.C.W. Lathouwers                                 M.A.G. van den Bosch