Perspectiefnota nader beschouwd

Algemeen

Terug naar navigatie - Algemeen

In dit hoofdstuk wordt het meerjarenperspectief 2024-2028 toegelicht en bijgesteld aan de hand van een aantal elementen. Deze elementen worden onderstaand afzonderlijk belicht. We presenteren eerst het meerjarenperspectief van het bestaande beleid. Daarna volgen de financiële consequenties van het meerjarenprogramma. Daarna zal vervolgens inzicht worden verschaft in het geactualiseerde meerjarenperspectief na verwerking van alle in deze begroting gepresenteerde mutaties.

De perspectiefnota 2024 is het kaderstellende document op het gebied van beleid en financiën. De nota geeft een eerste schets van de beleids- en financiële ontwikkelingen voor de volgende begroting. Het uitgangspunt is dat alleen wordt gerapporteerd op beleidsrelevante afwijkingen.

In de perspectiefnota wordt een totaalinzicht van de meerjarenraming gegeven en bestaat deze uit de volgende elementen:
eerste deel

  • Beleidsmatige afwijkingen ten opzichte van de huidige begroting van ieder hoofdtaakveld betreffende uitvoering en ontwikkelingen.
  • Actualisatie en herprioritering meerjarenprogramma 2024-2028.
  • Overige nieuwe beleidsvoornemens betreffende het te voeren beleid voor de toekomst die geen uitstel kunnen dulden.
  • Indicatieve financiële consequenties vooruitlopend op de meicirculaire 2024.
  • Solide financieel beleid is het uitgangspunt.

tweede deel

  • Financiële vertaling mutaties op basis van financiële kaderstelling 2025.
  • Structurele doorwerking effecten jaarrekening 2023.
  • Structurele en incidentele autonome ontwikkelingen (mee – en tegenvallers) op basis van actuele begrotingsgegevens 2024.
  • Actualiteiten binnen de diverse paragrafen (bedrijfsvoering, lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen, verbonden partijen, weerstandsvermogen, financiering, grondbeleid).

In de perspectiefnota wordt met deze tweedeling enerzijds inzicht gegeven in de politieke keuzes ten aanzien van het te voeren beleid voor de toekomst en anderzijds informeren we over de voortgang van de uitvoering van de lopende begroting en het actualiseren van (het inzicht in) de financiële positie van de gemeente.

Gedurende de periode van de meerjarenramingen is het loon- en prijspeil constant gehouden. Anders verwoord wil dit zeggen dat met loon- en prijsstijgingen ná 2025 (voor zowel de uitgaven als de inkomsten) geen rekening is gehouden.

De financiële resultaten van de meicirculaire 2024 zullen wij t.z.t. middels een raadsmededeling nog ter kennis brengen aan uw raad, zodat u deze kunt betrekken bij de besluitvorming over de perspectiefnota 2024.

1. Vertrekpunt meerjarenperspectief

Terug naar navigatie - 1. Vertrekpunt meerjarenperspectief

Het gemeentelijk beleid ligt vast in diverse beleidsdocumenten, dan wel geschiedt op basis van uitvoering van wettelijke taken. Vertrekpunt van deze perspectiefnota is gebaseerd op eerder door uw raad aanvaard beleid. De baten en lasten hiervan zijn meerjarig verwerkt in de meerjarenraming. Het huidige meerjarenperspectief na de 4e begrotingswijziging 2024 is als volgt:

meerjarenperspectief 2024 2025 2026 2027 2028
(bedragen x € 1.000,-)
structureel begrotingsresultaat na 4e wijziging 2024 v 1.958 v 1.318 n -517 n -237 n -235
incidenteel begrotingsresultaat na 4e wijziging 2024 n -216 n -186 v 76 v 115 v 115
totaal begrotingsresultaat v 1.742 v 1.132 n -441 n -122 n -120
(- = nadeel en + = voordeel)

2. Actualisatie en herprioritering meerjarenprogramma

Terug naar navigatie - 2. Actualisatie en herprioritering meerjarenprogramma

Het bestaande meerjarenprogramma hebben wij geactualiseerd en op onderdelen geherprioriteerd. Daarnaast zijn er een aantal nieuwe activiteiten die ons inziens ook nog een plaats moeten krijgen in het meerjarenperspectief. Deze mutaties vloeien enerzijds voort uit besluitvorming door uw raad en anderzijds door nieuwe ontwikkelingen. Hieronder zijn in tabelvorm de aanvullende financiële consequenties weergegeven.

meerjarenperspectief 2024 2025 2026 2027 2028
(bedragen x € 1.000,-)
structurele mutaties meerjarenprogramma n -274 n -489 n -507 n -548 n -787
incidentele mutaties meerjarenprogramma n -17
totaal mutaties meerjarenprogramma n -291 n -489 n -507 n -548 n -787
(- = nadeel en + = voordeel)

-

Terug naar navigatie - -

In de Financiële verordening gemeente Bladel 2023 is geregeld dat nieuwe investeringen, waarvoor al politieke kaderstelling aanwezig is op basis van door uw raad vastgestelde beheerplannen, beleidsnotities en/of besluiten en (uitbreidings)investeringen gericht op interne bedrijfsvoering en ramingen van geringe omvang, bij de vaststelling van de begroting geautoriseerd worden. Op basis van deze criteria hebben wij de noodzakelijke en gewenste investeringen/budgetten voorzien van een A- of B-rubricering. De zgn. A-investeringen en budgetten voldoen aan de hiervoor geformuleerde criteria. Reden waarom wij uw raad voorstellen om de uitvoering van deze investeringen/budgetten voor planjaar 2024, na vaststelling van de perspectiefnota door uw raad, op te dragen aan ons college. Voor de zgn. B-investeringen zal daarentegen nog steeds afzonderlijke besluitvorming door uw raad plaatsvinden.

3. Autonome bijstellingen bestaand beleid

Terug naar navigatie - 3. Autonome bijstellingen bestaand beleid

Binnen de kaders en spelregels van de financiële kaderstelling (zie raadsvoorstel R24.008) worden structurele en incidentele ontwikkelingen, knelpunten, afwijkingen of noodzakelijke aanpassingen in bestaand beleid doorvertaald naar de perspectiefnota. Hierdoor geeft de perspectiefnota inzicht in de voortgang van de beleidsdoelstellingen zoals opgenomen in de begroting en de beleidsontwikkelingen ingegeven door interne en externe factoren.
De perspectiefnota geeft de situatie per begin mei weer. De autonome mee- en tegenvallers over de eerste 4 maanden van 2024 en financiële consequenties voortvloeiende uit de jaarrekening 2023 hebben effecten op het meerjarenperspectief. De belangrijkste ontwikkelingen zijn de financiële doorwerkingen van loon- en prijsstijgingen. Met name de gemeentelijke bijdrage aan verbonden partijen stijgen daardoor exceptioneel.

De diverse mutaties worden bij het betreffende hoofdtaakveld nader toegelicht.

De structurele voor- en nadelen worden voor een belangrijk deel veroorzaakt door de navolgende belangrijkste afwijkingen, te weten:
Nadelen:
•    Actualisatie en herprioritering meerjarenprogramma
•    Bijstellingen van de lonen voor raad, college en ambtelijke organisatie
•    Doorvoeren van prijsindexeringen (werkt door in de hele begroting)
•    Bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen (m.n. Kempenplus, GRSK en ODZOB)
•    Verhoging budgetten openbare verlichting: elektriciteit, onderhoud en beheer
•    Terugkomst financieel beheer Bosgroep Zuid Nederland
•    Capaciteit energietransitie (terugdraaien toerekening interne uren aan CDOKE-gelden)
•    Ruimtelijke ordening (werkprogramma ODZOB en opstellen gebiedsvisie woningbouwgebied)
•    Woningexploitatie (lagere huuropbrengsten, hogere onderhoudskosten en actualisatie MJOP)
•    Werkplekvergoeding MD (als gevolg van toekomstig vertrek)
•    Lease bedrijfsvoertuigen
•    Actualisatie afschrijvingen

Voordelen:
•    Algemene uitkering (actualisatie en voordelen als gevolg van schrappen opschalingskorting)
•    Onroerendezaakbelasting (autonome stijging en indexering van 3,4% vanaf 2025)
•    Actualisatie opbrengsten toeristenbelasting (o.b.v. aanslagoplegging en werkelijkheid 2023)
•    Actualisatie opbrengsten leges bouwvergunningen (o.b.v. nieuwe informatie + kaderstelling)
•    Vrijval stelpost lonen en prijzen
•    Vrijval stelpost bijdrage Kempenplus
•    Actualisatie renteontwikkelingen

In dit perspectief zijn de consequenties van de meicirculaire slechts deels (anticiperend) verwerkt. Wij verwachten dat de meicirculaire 2024 eind mei ontvangen wordt. Zodra de meicirculaire door ons doorgerekend is, zullen wij de financiële resultaten hiervan ter kennis brengen van uw raad, zodat deze betrokken kan worden bij de besluitvorming over deze perspectiefnota.

meerjarenperspectief 2024 2025 2026 2027 2028
(bedragen x € 1.000,-)
mutaties perspectiefnota structureel (incl. reserves) n -185 n -724 v 271 n -126 n -66
mutaties perspectiefnota incidenteel (incl. reserves) v 800 v 73 n -24 n -80 n -15
totaal mutaties perspectiefnota v 615 n -651 v 247 n -206 n -81
(- = nadeel en + = voordeel)

4. Geactualiseerd meerjarenperspectief

Terug naar navigatie - 4. Geactualiseerd meerjarenperspectief

Na de hiervoor genoemde (doorlopende) activiteiten 1 t/m 3 wordt in onderstaand overzicht het geactualiseerde meerjarenperspectief gepresenteerd.

Deze mutaties zijn in hoofdstuk 4 van de perspectiefnota uitgewerkt en samengevat in hoofdstuk 6. Het financiële beeld dat uit deze onderdelen samen naar voren komt is het volgende:

Meerjarenperspectief (bedragen x € 1.000,-) 2024 2025 2026 2027 2028
structureel:
begrotingsresultaat na 4e wijziging 2024 v 1.958 v 1.318 n -517 n -237 n -235
mutaties perspectiefnota n -185 n -724 v 271 n -126 n -66
mutaties meerjarenprogramma n -274 n -489 n -507 n -548 n -787
structureel meerjarenperspectief a v 1.499 v 105 n -753 n -911 n -1.088
incidenteel:
begrotingsresultaat na 4e wijziging 2024 n -216 n -186 v 76 v 115 v 115
mutaties perspectiefnota v 800 v 73 n -24 n -80 n -15
mutaties meerjarenprogramma n -17
incidenteel meerjarenperspectief b v 567 n -113 v 52 v 35 v 100
totaal begrotingsresultaat a+b v 2.066 n -8 n -701 n -876 n -988
reeds geraamde mutaties algemene reserve n -1.742 n -1.132 v 441 v 122 v 120
aanvullende mutaties tlv / tgv algemene reserve v 324 n -1.140 n -260 n -754 n -868
(- = nadeel en + = voordeel)

5. Actueel beeld beschikbare algemene reserve

Terug naar navigatie - 5. Actueel beeld beschikbare algemene reserve

In dit onderdeel geven wij u een actueel beeld van de geschatte stand van de algemene reserve voor de periode 2024-2028. In dit overzicht is rekening gehouden met de voorgestelde resultaatbestemming van de jaarrekening 2023, waarbij een netto toevoeging aan de algemene reserve van € 4.798.000,- voorgesteld is. Tevens is - zoals gebruikelijk - rekening gehouden met de toevoegingen en onttrekkingen aan de algemene reserve op basis van de al eerder door uw raad genomen besluiten hiertoe.

Binnen het huidige beleid is bepaald dat de ratio algemene reserve minimaal 1 (= kwalificatie voldoende) dient te zijn. Ten aanzien van de geraamde stand van de algemene reserve willen wij -met nadruk- niet onvermeld laten dat het vooralsnog geprognosticeerde resultaten betreffen. Daadwerkelijke bestedingsvoorstellen dienen steeds beoordeeld te worden aan de werkelijke gerealiseerde resultaten. In de vastgestelde nota’s weerstandsvermogen en risicomanagement, alsmede reserves en voorzieningen is bepaald dat bestedingsvoorstellen ten laste van de algemene reserve slechts zijn aan te bevelen, wanneer er middelen resteren boven de omvang van de risicoprofielen. 

Het meerjarig geprognosticeerde verloop van de algemene reserve kan dan als volgt weergegeven worden:

(bedragen x € 1.000,-) begroting 2024 begroting 2025 begroting 2026 begroting 2027 begroting 2028
a. totaal noodzakelijke omvang (weerstandsvermogen) 777 777 777 777 777
b. geïnventariseerde risico's (gemiddeld) 555 555 555 555 555
c. stand algemene reserve begin van het jaar 14.255 20.388 18.266 16.878 15.657
d. stand algemene reserve eind van het jaar 20.388 18.266 16.878 15.657 12.461
e. algemene reserve (vrije ruimte eind van het jaar): d - a 19.611 17.489 16.101 14.880 11.684
f. ratio algemene reserve eind van het jaar d / a 26,24 23,51 21,72 20,15 16,04
g. betekenis uitstekend uitstekend uitstekend uitstekend uitstekend