Toelichting begroting (baten en lasten)

Toelichting op overzicht baten en lasten

Terug naar navigatie - Toelichting begroting (baten en lasten) - Toelichting op overzicht baten en lasten

Omschrijving (toelichting)

Het algemene uitgangspunt is een sluitende begroting. Wettelijk gezien hoeft alleen het 1e begrotingsjaar sluitend te zijn. Als dit niet het geval is moet de begroting meerjarig (laatste jaarschijf) sluitend zijn. De begroting is voor het begrotingsjaar 2026 inclusief meerjarenraming structureel en reëel sluitend. 

De raad is middels de unanieme besluitvorming van de perspectiefnota 2025 richtinggevend geweest voor het opstellen van de begroting 2026-2029. De financiële consequenties van de meicirculaire 2025 hebben we hier aanvullend aan toegevoegd. Alle baten en lasten van het bestaande beleid zijn verwerkt in de meerjarenraming.

Welke uitgangspunten gelden er bij de incidentele baten en lasten?
De "BBV-notitie structurele en incidentele baten en lasten" heeft als doel het onderscheid tussen structureel en incidenteel te verduidelijken. In de praktijk is gebleken dat de notitie tot verschillende interpretaties leed tussen gemeenten onderling en tussen de gemeenten en de toezichthouder. Door de gezamenlijke provincies als toezichthouder is daarom een handreiking uitgebracht, met als doel scherper te definiëren wanneer baten en lasten als incidenteel beschouwd worden.

Algemene uitgangspunten zijn:
De "BBV-notitie structurele en incidentele baten en lasten" heeft als doel het onderscheid tussen struc-tureel en incidenteel te verduidelijken. Door de gezamenlijke provincies als toezichthouder is ook een handreiking uitgebracht, met als doel scherper te definiëren wanneer baten en lasten als incidenteel beschouwd worden. Baten en lasten zijn in principe structureel van aard, incidentele lasten zijn de uit-zondering. Het voorzichtigheidsprincipe is hierbij, net als bij alle andere onderdelen van het BBV van toepassing. Dit betekent dat, in geval van twijfel, er altijd sprake is van structurele baten en lasten.

De aard van de baten en lasten bepaalt of een post als incidenteel of structureel aangemerkt wordt. Baten en lasten waarbij het niet duidelijk is of deze voor bepaalde of onbepaalde tijd zijn, dus zonder duidelijke einddatum, moeten ook als structureel worden aangemerkt.

De provincie geeft in de “Gemeentelijk financieel toezichtkader 2020” de nodige aandachtspunten. Ook de BBV voorschriften schrijven voor dat, naast de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd, ook de motivering daarvan moet worden opgenomen. De gronden en motivering treft u onderstaand aan:

1.    Teneinde de gemeentelijke koopkracht op peil te houden zijn de gemeentelijke belastingen, behoudens de onroerende zaakbelastingen en toeristenbelasting, op basis van de financiële kaderstelling verhoogd met in eerste instantie een inflatiepercentage van 3,20%. Voor 2026 wordt tevens een extra verhoging van de onroerende zaakbelastingen voorgesteld. 
De verhoging van belastingen en rechten, waarbij sprake is van volledige kostendekking, is af-hankelijk van de opgetreden kostenstijging.
2.    De berekening van de uitkering uit het gemeentefonds is geraamd op basis van de meicirculaire 2025. De financiële effecten van de septembercirculaire 2025 zullen wij t.z.t. via een voorstel ter kennis brengen aan uw raad, zodat u de financiële effecten daarvan alsnog kunt betrekken bij de besluitvorming over deze begroting. Eventuele significante wijzigingen als gevolg van de sep-tembercirculaire 2025 worden ook via een aparte begrotingswijziging aan u voorgelegd. De uitkering is opgenomen tegen een constant loon- en prijsniveau.
3.    De ramingen die onderhevig zijn aan nominale ontwikkelingen (aantal inwoners, aantal woningen, aantal bijstandontvangers e.d.) zijn in meerjarenramingen aangepast.
4.    Voor de jaren 2027 tot en met 2029 is uitgegaan van een constant loon- en prijsniveau met als basis het niveau zoals opgenomen in de begroting 2026.
5.    De uitgaven aan onderhoud van kapitaalgoederen zijn gebaseerd op beleidskaders en beheer-plannen per kapitaalgoed. De onderhoudsbudgetten zijn reëel verwerkt in de meerjarenraming. Er wordt geen achterstallig onderhoud voorzien.
6.    Lasten voor nieuw beleid/investeringen worden reëel geraamd. We gaan er vanuit dat in het jaar van investeren de betreffende investeringen halverwege het jaar gereedkomen. We nemen daar-om 50% van de kapitaallasten in het eerste jaar als structurele last op in de begroting. 
7.    In het meerjarig investeringsprogramma 2025–2029 is rekening gehouden met een jaarlijks ren-tepercentage van 3,00%.
8.    De verwerking van reserves en voorzieningen geschiedt op basis van het vastgestelde beleids-kader.
9.    We rekenen geen rente meer over het eigen vermogen. Voor de dekkingsreserve kapitaallasten investeringen maken we een uitzondering, omdat naast de afschrijvingslast ook de rentelast van het betreffende activum verrekend wordt met de dekkingsreserve.
10.    De interne rekenrente van 1,40% wordt gebruikt om de werkelijk begrote rentekosten te verdelen over de boekwaarden van de activa. Het verschil tussen de werkelijk begrote rente en de doorbelaste rente op basis van de boekwaarden wordt verwerkt in het taakveld algemene dekkingsmiddelen. 
11.    De loonkosten worden geraamd op basis van de toegestane formatie 2026. Voor 2026 houden we rekening met een nominale loonstijging van € 35,- per 1 januari en generieke loonontwikkeling van 1,25% per 1 juli. Naast deze loonontwikkeling houden we rekening met de periodieke verhogingen van personen die daarvoor in aanmerking komen.
12.    Zowel in de begroting als in de meerjarenraming zijn de aan arbeidskosten gerelateerde verplich-tingen geraamd, zoals ziektekosten- en pensioenpremies en vakantie- en overige IKB gelden. Dat is in overeenstemming met de vereisten volgens de BBV-voorschriften.
13.    De lasten van het sociaal domein zijn afgestemd op de realisatiecijfers van vorige jaren in com-binatie met afgesloten contracten.
14.    De deelnemende gemeenten in een gemeenschappelijke regeling (GR) zijn verantwoordelijk voor de financiële positie van de GR.
15.    Het beschikbare weerstandsvermogen dient gekoppeld te worden aan de risico’s.
16.    De overhead is centraal in de begroting opgenomen. De toerekening van overhead geschiedt op basis van een opslag met een vast percentage van 62%.
17.    De gemeente is verantwoordelijk voor de huisvesting van de statushouders, asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen.
18.    De incidentele lasten en / of baten moeten van materiële omvang zijn. In de "Financiële verordening gemeente Bladel 2023" hanteren we daarom in beginsel een ondergrens voor alle incidentele posten vanaf € 10.000,-.