Omschrijving (toelichting)
Het Sociaal Domein is de laatste jaren flink in beweging. De toenemende vergrijzing, oplopende zorgkosten bij zowel de ouderenzorg als de jeugdzorg en personeelsgebrek bij zorgverleners leiden ertoe dat de zorg onder druk staat. Om de druk op de zorg te verlagen zijn er verschillende maatregelen genomen vanuit het rijk, zoals de Hervormingsagenda Jeugd, het Toekomstscenario kind -en gezinsbescherming, het Integraal Zorgakkoord (IZA), het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Deze maatregelen zijn allemaal gericht op meer zorgen voor elkaar als inwoners, positieve gezondheid, preventieve zorg en langer thuis wonen voor ouderen.
Een belangrijke uitdaging voor de komende jaren is om zorg- en ondersteuningsvragen te normaliseren en preventief te werken. Normaliseren betekent dat we uitgaan van wat mensen zelf of met hun netwerk kunnen, en pas professionele hulp inzetten als dat écht nodig is. Preventie gaat over het voorkomen van problemen of de verergering daarvan. Al jaren is er volop aandacht voor preventief werken aan gezondheidsbevordering. Bij preventie en het voorkomen van gezondheidsverschillen gaat het ook om versteken van de sociale basis. Dit betreft ook de algemene basisvoorzieningen in de directe leefomgeving van mensen. Bijvoorbeeld deelname aan sportieve en culturele activiteiten zorgt voor verbinding tussen inwoners en bevordert hun mentaal welzijn en gezondheid. Het versterken van deze sociale basis maakt de preventieve werking groter. Dit kan bijvoorbeeld door het faciliteren en ondersteunen van sport en cultuur en van bewonersinitiatieven en het mogelijk maken van onderlinge ontmoeting en hulpuitwisse-ling in buurt of wijk. Met de uitvoering van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en Integraal Zorgakkoord (IZA) groeit de aandacht voor preventief werken door welzijnsbevordering.
Ondanks preventieve inzet op het welzijnsvlak kan bij inwoners toch een hulpvraag ontstaan of blijven. Voordat een hulpvraag vraagt om een maatwerkvoorziening (Wmo, Jeugdwet of Participatiewet) kan deze in veel gevallen voorkomen dan wel opgelost worden door in te zetten op eigen kracht, het sociale netwerk en het voorliggend veld. Investeren in deze lagen is een belangrijke voorwaarde om de zorg ook in de toekomst beschikbaar te houden voor alle inwoners die dit nodig (zullen) hebben. Om dit te bereiken is het nodig om verder te kijken dan de drie wetten in het sociaal domein; het vraagt een welzijns-brede benadering waarbij ook de ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers, naast de aandacht voor sport en cultuur, van groot belang is. Wanneer geïnvesteerd wordt in de onderste lagen van de zelfredzaamheidspiramide, zal er minder beroep gedaan worden op professionele ondersteuning. Het draagt daarnaast bij aan een fijn woon- en leefklimaat in de gemeente.
