Begroting op hoofdlijnen

Het financieel beeld in één oogsopslag

Terug naar navigatie - Begroting op hoofdlijnen - Het financieel beeld in één oogsopslag

Omschrijving (toelichting)

De meerjarenraming tot en met 2029 betreffende het bestaande beleid sluit met een structureel positief saldo (zie regel 1. van de onderstaande tabel). Bij de incidentele baten (onder regel 2) moet u denken aan zaken als grondverkopen buiten grondexploitaties en winstuitnames grondexploitaties. In de regels 3 en 4 worden de lasten van het nieuwe beleid opgenomen. Het begrotingsresultaat na invulling van het nieuwe beleid is weergegeven onder regel 5, verdeeld naar structureel (5a) en incidenteel (5b) begrotingsresultaat.

Ons weerstandvermogen, de algemene reserve, is meer dan voldoende om de risico’s die we lopen te dekken. In de regels 6, 7 en 8a ziet u dat in de jaren vanaf 2026 (inclusief verrekening resultaat) meer wordt gestort aan de reserves. Deze verwachte ontwikkeling is op basis van geplande stortingen en onttrekkingen. De ervaring leert dat deze sterk kunnen afwijken. Belangrijkste oorzaken zijn vertraging in grote werken, vertraging van plannen in de grondexploitaties en het saldo van de jaarrekening. 

Excel-tabel

(bedragen x € 1.000,-) 2025 2026 2027 2028 2029
beschikbare ruimte
1. saldo bestaand beleid structureel v 1.157 v 1.702 v 1.748 v 2.010 v 2.186
2. saldo bestaand beleid incidenteel n -504 v 61 v 6 v 86 v 86
totaal beschikbare ruimte (1 + 2) v 653 v 1.763 v 1.754 v 2.096 v 2.272
geplande nieuwe uitgaven
3. structurele lasten meerjarenprogramma n -73 n -1.080 n -1.246 n -1.511 n -1.871
4. incidentele lasten meerjarenprogramma n -40
totaal netto nieuwe uitgaven (3 + 4) n -73 n -1.120 n -1.246 n -1.511 n -1.871
5. totaal begrotingssaldo (1 t/m 4) v 580 v 643 v 508 v 585 v 401
5a. waarvan structurele uitgaven en inkomsten v 1.084 v 622 v 502 v 499 v 315
5b. waarvan incidentele uitgaven en inkomsten n -504 v 21 v 6 v 86 v 86
(- = nadeel en + = voordeel)
reserves
6. beoogde stortingen in reserves n -4.636 n -3.923 n -456 n -478 n -8.868
7. beoogde onttrekkingen aan reserves v 8.134 v 2.915 v 1.304 v 1.276 v 9.921
8. saldo beoogde mutaties voor resultaatbestemming v 3.498 n -1.008 v 848 v 798 v 1.053
8a. verrekening begrotingsresultaten met algemene reserve n -580 n -643 n -508 n -585 n -401
totaal beoogde mutaties reserves na resultaatbestemming v 2.918 n -1.651 v 340 v 213 v 652
(- = storting en + = onttrekking)

Kosten - Waar gaat het geld naar toe?

Terug naar navigatie - Begroting op hoofdlijnen - Kosten - Waar gaat het geld naar toe?

De gemeente besteedt in 2026 € 76,328 miljoen aan de uitvoering van al haar taken. Dit is inclusief de nieuwe voorstellen en de dotaties aan de reserves. In het overzicht staat hoe de totale uitgaven zijn verdeeld over de elf programma's. Pro saldo resteert er een begrotingsoverschot van € 643.000,-.

programma (bedragen x € 1.000,-) kosten % van totaal
0. Bestuur en ondersteuning -2.678 3,51%
1. Veiligheid -2.236 2,93%
2. Verkeer en vervoer -3.839 5,03%
3. Economie -824 1,08%
4. Onderwijs -2.520 3,30%
5. Sport, cultuur en recreatie -6.191 8,11%
6. Sociaal domein -31.691 41,52%
7. Volksgezondheid en milieu -7.866 10,31%
8. VHROSV -4.213 5,52%
9. Overhead -7.879 10,32%
10. Algemene dekkingsmiddelen -1.825 2,39%
Geraamd saldo van baten en lasten -71.762 94,02%
Reserves
Beoogde stortingen in reserves -3.923 5,14%
Beoogde onttrekkingen aan reserves
Geraamd resultaat -643 0,84%
Totaal programma's -76.328 100,00%

Opbrengsten - Waar komt het geld vandaan?

Terug naar navigatie - Begroting op hoofdlijnen - Opbrengsten - Waar komt het geld vandaan?

De gemeente ontvangt in 2026 € 76,328 miljoen. Dit is inclusief de nieuwe voorstellen en de onttrekkingen aan de reserves. De belangrijkste inkomstenbronnen zijn de algemene en de specifieke uitkeringen die de gemeente van het Rijk ontvangen. Daarnaast zijn de onroerende zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing, de rioolheffing, de toeristenbelasting, de leges en de opbrengsten uit de grondexploitaties de grootste inkomstenbronnen. Waarbij opgemerkt dient te worden dat de leges, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing 100% kostendekkend zijn.

programma (bedragen x € 1.000,-) opbrengsten % van totaal
0. Bestuur en ondersteuning 554 0,87%
1. Veiligheid 89 0,14%
2. Verkeer en vervoer 76 0,12%
3. Economie 1.526 2,39%
4. Onderwijs 24 0,04%
5. Sport, cultuur en recreatie 747 1,17%
6. Sociaal domein 3.477 5,45%
7. Volksgezondheid en milieu 4.868 7,62%
8. VHROSV 3.119 4,89%
9. Overhead 197 0,31%
10. Algemene dekkingsmiddelen 47.673 74,67%
Geraamd saldo van baten en lasten 62.350 97,66%
Reserves
Beoogde stortingen in reserves
Beoogde onttrekkingen aan reserves 1.497 2,34%
Geraamd resultaat
Totaal programma's 63.847 100,00%

Lastendruk

Terug naar navigatie - Begroting op hoofdlijnen - Lastendruk

De lokale lastendruk voor de inwoners wordt bepaald door de onroerende zaakbelastingen (OZB) en de riool- en afvalstoffenheffing. De OZB-tarieven worden in eerste instantie verlaagd als gevolg van de verwachte waarde ontwikkelingen per 1 januari 2025. De OZB-tarieven worden daarna verhoogd met 15,0%. De netto gevolgen van deze verhoging voor elke individuele huiseigenaar hangt af van de waarde ontwikkeling van de woning.

In totaliteit stijgt de lastendruk voor inwoners in 2026 met gemiddeld ca. € 100,- voor een meerpersoonshuishouden van 4 personen ten opzichte van het jaar 2025. Dit komt neer op een stijging van circa 11,6%. Voor een huishouden met 2 personen stijgt de totale lastendruk met gemiddeld ca. € 84,-. Dit komt op een stijging van circa 11,5%. 

De toeristenbelasting wordt in 2026 verhoogd met € 0,05 per overnachting voor zowel vaste als mobiele onderkomens. Voor beroepsmatig verblijf van 60 dagen of langer in een belastingjaar betreft dit 50% van het reguliere tarief voor vaste onderkomens. De toeristenbelasting wordt geheven op personen die tijdelijk in de gemeente overnachten en niet staan ingeschreven in de gemeente.